Pensioenfondsen hebben de risico’s in hun beleggingsbeleid onderschat, zo maakte DNB vandaag bekend naar aanleiding van een recent onderzoek dat de toezichthouder uitvoerde naar de kwaliteit van het beleggingsbeleid en risicomanagement van een tiental pensioenfondsen. Mede vanwege de toenemende aandacht van De Nederlandsche Bank voor de controle over uitbestede activiteiten bij pensioenfondsen is door Goris & Partners in samenwerking met de vakgroep Finance & Accounting van de Universiteit Twente daaromtrent onderzoek gedaan onder bestaande fiduciair-beheermandaten.
Het onderzoek van Goris en de Universiteit Twente betrof 12 van de 32 fiduciair management mandaten in Nederland - in aantallen is dit 36% van de pensioenfondsen onder fiduciair beheer; in beheerd vermogen is het 23% van de pensioenfondsen onder fiduciair beheer. De ondervraagde fondsen zijn representatief voor pensioenfondsen onder fiduciair beheer wat betreft belegd vermogen, organisatiestructuur, type/looptijd mandaat en fiduciair manager.
Uit het onderzoek blijkt dat er bij pensioenfondsen een significant verschil is tussen de perceptie van controle en de feitelijke mate van beheersing en inzicht. De meerderheid van de pensioenfondsen die aan het onderzoek heeft deelgenomen, is zich niet of slechts beperkt bewust van de bestaande tekortkomingen in de beheersing en transparantie van de uitvoering. Dit geldt eveneens ten aanzien van de problemen die belangenverstrengeling kan opleveren. Het mandaat is in deze gevallen veelal onvoldoende gespecificeerd en sluit niet aan op de interne organisatie van het pensioenfonds. Er zijn voorts geen of beperkte controlemechanismen aangebracht en de bestuursleden worden te weinig betrokken bij de uitvoering van het fiduciair mandaat. Een uitzondering hierop vormen fondsen die gebruikmaken van bestuursondersteuning en/of een duidelijke scheiding van de adviserende, uitvoerende en controlerende taken hebben aangebracht.