Wel moeten we arbeid fundamenteel anders inrichten
Prof. Dr. Lans Bovenberg is hoogleraar Economie aan de Universiteit van Tilburg en verbonden aan het onderzoeksinstituut Netspar. Als lid van de Commissie Arbeidsparticipatie, ook wel bekend als de Commissie Bakker, pleitte hij voor het uitbarsten van de financiële crisis al voor het verhogen van de AOW-leeftijd. Zijn collega-hoogleraar bij de Universiteit van Tilburg, Harrie Verbon*, bepleit het tegenovergestelde. Verbon vindt verhoging zinloos en onrechtvaardig. Bovenberg reageert.
Spanning in het systeem
‘Veel mensen denken dat de AOW-leeftijd vooral omhoog moet vanwege de financiële crisis. Wat ze vergeten is dat de beroepsbevolking steeds kleiner wordt ten opzichte van de rest van de bevolking. Er komt een grijze golf aan. Bovendien worden we steeds ouder. Een hogere AOW-leeftijd is primair nodig om goed te kunnen zorgen voor onze kinderen, ouderen en mensen met een smalle beurs.’
Oudere werknemers zitten vast met gouden ketenen
‘Volgens Verbon is een hogere AOW-leeftijd zinloos omdat oudere werknemers minder productief zijn. Hij doet het voorkomen alsof dat een natuurverschijnsel is, een verschijnsel waar je niets aan kan veranderen. Andere beschaafde landen als Zweden, Noorwegen en Zwitserland laten zien dat dit niet zo is.’
‘Het is de kunst arbeid zo in te richten dat oudere werknemers flexibel genoeg zijn voor nieuwe, passende taken. Als je nu 45 bent, wordt er amper nog in je geïnvesteerd. Veel mensen zijn op hun vijftigste zat van hun werk, maar blijven hangen omdat ze elders moeilijk aan de slag kunnen komen. Ze genieten bovendien een comfortabele ontslagbescherming. Oudere werknemers zitten met gouden ketenen vast aan hun huidige werkgever.’
Voorwaarden
‘Daarom stel ik als eerste voorwaarde voor een verhoging van de AOW-leeftijd, dat we blijven investeren in de vaardigheden en talenten van mensen. Voor sommige beroepen is 67 te oud. Met de juiste vaardigheden kunnen die mensen tijdig ander werk vinden. Door de pensioenleeftijd te verhogen, krijgen sociale partners zowel stimulansen als middelen om zuiniger te zijn op mensen.’
‘Dat vraagt ook om nieuwe zekerheden. Als vijftigplusser geniet je onder een nieuwe werkgever niet dezelfde bescherming als onder je oude. Dat ontmoedigt de keuze om nieuw, passend werk te zoeken. Daarom zeg ik: die bescherming moet overdraagbaar zijn, als een persoonlijk spaarpotje dat gewoon met je mee verhuist.’
Je moet de discussie niet vervuilen met andere discussies
‘Verbon beweert ook dat een verhoging van de pensioensgerechtigde leeftijd de ongelijkheid bevordert. Mensen met veel geld zouden toch wel eerder stoppen, terwijl minder bedeelde mensen tot hun 67e vast zitten. Ik ben er ook voor dat rijken meer gaan meebetalen aan de AOW, maar je moet de discussie over de hoogte van de AOW-leeftijd niet vervuilen met andere discussies.’
‘Links zal de discussie misbruiken omwille van de herverdeling. Rechts zal juist minder nivellering willen. Leuk en aardig, maar wat mij betreft hebben beide discussies niets te zoeken binnen de discussie over de AOW. Als je meer wil herverdelen, zijn er slimmere wegen dan via een lage AOW-leeftijd.’
Geen cadeautjes
‘Verbon snapt natuurlijk ook dat er iets moet gebeuren. Hij wil met positieve prikkels mensen vrijwillig langer laten werken. Een populair voorstel; iedereen geeft graag cadeautjes weg. Het probleem is dat die subsidies ergens vandaan moeten komen. De belangrijkste plekken daarvoor zijn zorg en onderwijs. Willen we die echt nog verder verschralen?’
‘Mij lijkt het niet wenselijk. Het is juist om deze sectoren draaiende te houden, dat we langer moeten werken. We hebben in dit land een verdrag tussen de generaties. De werkende bevolking zorgt voor de kinderen en ouderen. Ik hoop dat dit verdrag de vergrijzing overleeft. Een geleidelijke verhoging van de AOW-leeftijd zal daar zeker aan bijdragen.’