Het aantal pensioenfondsen dat in overeenstemming met de Pensioenwet medezeggenschap voor gepensioneerden heeft geregeld, is sterk toegenomen. Dit blijkt uit het rapport 'Eindevaluatie medezeggenschap gepensioneerden' dat in maart werd gepubliceerd door de Sociaal Economische Raad, SER.
Het rapport van de SER evalueert hoe het Vernieuwde Medezeggenschapsconvenant wordt nageleefd. Dit convenant werd in 2003 tussen de Stichting van de Arbeid en de Centrale Samenwerkende Ouderenorganisaties (CSO) overeengekomen ter versterking van de medezeggenschapspositie van gepensioneerden bij pensioenfondsen.
“In 2008 hebben zowel de opf’en die binnen de termen van het convenant vallen als de bpf’en bijna allemaal medezeggenschap georganiseerd. In vergelijking met eerdere evaluaties is er sprake van een sterke stijging,” aldus het rapport. Van de ondernemingspensioenfondsen die buiten de termen van het convenant vallen, blijkt in 2008 bijna de helft medezeggenschap te hebben georganiseerd in de vorm van een deelnemersraad en/of bestuursvertegenwoordiging. Daarnaast zijn er ook bedrijfstakpensioenfondsen die bestuursvertegenwoordiging hebben, al is dit niet verplicht. Over het algemeen zijn leden van medezeggenschapsorganen tevreden over de kwaliteit van de medezeggenschap.
De uitkomst van de eindevaluatie door de SER heeft mogelijk gevolgen voor de behandeling van een wetsvoorstel van D66 en VVD. Het wetsvoorstel wil pensioenfondsen verplichten om gepensioneerden op te nemen in het bestuur. Nu blijkt dat medezeggenschap voor gepensioneerden al goed geregeld is, wordt het wetsidee van VVD en D66 mogelijk overbodig. Dat zou de pensioenkoepelorganisaties goed uitkomen. Het VVD/D66-voorstel leidt volgens de koepels tot onnodige verzwaring van de bestuurlijke en administratieve lasten voor pensioenfondsen.
Ondanks het positieve eindrapport van de SER loopt de medezeggenschap nog niet overal op rolletjes. Vooral kleinere fondsen hebben moeite om aan deze en andere eisen rond 'pension fund governance' te voldoen. “Alhoewel de medezeggenschap sterk is toegenomen en positieve waardering krijgt moet tegelijkertijd worden geconstateerd dat nog niet alle fondsen voldoen aan het convenant of aan de desbetreffende bepalingen van de wet,” waarschuwt de SER. “Uit de evaluatie is op te maken dat het dan vooral om kleine(re) fondsen gaat.”