Bernard Caroyez en Daniël Vanhaeverbeek zijn trots op positief rendement van pensioenfonds bouwsector
Pensio B, het pensioenfonds van de bouwsector, is een van de weinige Belgische bedrijfs- of sectorpensioenfondsen die 2008 met winst afsloten. 'We houden onze beleggingen zo simpel mogelijk. De raad van bestuur moet begrijpen waarin we beleggen', stellen de beheerders. Toch kwam er ook wat geluk bij kijken. Het fonds, goed voor 200.000 aangeslotenen, zit nog in de opstartfase. 'Daarom houden we nog heel veel cash aan. En cash was vorig jaar koning', zegt Bernard Caroyez, hoofd beleggingen bij Pensio B.
Pensio B is een jong pensioenfonds, maar met toch een rijke ervaring. De arbeiders in de bouwsector genieten immers al sinds 1964 van een aanvullend pensioen via het Fonds voor Bestaanszekerheid, in de vorm van een jaarlijkse rente volgens het aantal jaren dienst in de sector.
'Op 1 januari 2004 werd de wet-Vandenbroucke van kracht, die een nieuw kader voor instellingen voor bedrijfspensioenen uittekende', verklaart Daniël Vanhaeverbeke, de directeur-generaal van Pensio B. 'Een van de voorwaarden was dat het aanvullende pensioen door een aparte juridische entiteit zou worden beheerd. Dit leidde in maart 2007 tot de oprichting van de pensioeninstelling van de bouw: Pensio B.'
De Belgische pensioenfondsen zagen in 2008 gemiddeld 20 à 25 procent van hun vermogen verdampen. Hoe presteerde Pensio B?
Daniël Vanhaeverbeek: 'Vorig jaar zijn we erin geslaagd nipt het minimumrendement van 3,5 procent te behalen dat we garanderen. In de negen maanden dat we actief waren in 2007 boekten we ook 3,5 procent winst. Wellicht zijn we met het resultaat over 2008 de beste, of bij de beste van de klas. Onze bescheiden winst staat tegenover grote verliezen bij veel andere fondsen.'
Welke beleggingsstrategie hanteren jullie dan om dat resultaat te bereiken?
Bernard Caroyez, hoofd beleggingen: 'We begonnen in 2007 met 30 procent van onze portefeuille in een tak21-product van een verzekeraar te investeren, en de rest in cash. Ons plan was het cashgedeelte grotendeels maar geleidelijk te vervangen door obligaties en aandelen. In de lente van 2008 was er echter al voldoende gedonder op de kredietmarkten om op onze hoede te zijn. De raad van bestuur heeft dan tactisch beslist om de instap in obligaties en aandelen af te remmen. Dat bleek achteraf een wijze beslissing.'
'Door de stijgende kortetermijnrente tot midden vorig jaar was er bovendien geen enkele activaklasse die meer opbracht dan cash. Het geld staat nog steeds grotendeels op termijnrekeningen met goede voorwaarden. Maar eind 2008 hebben we een beperkte hoeveelheid staatspapier in portefeuille genomen en binnenkort zullen we wellicht kwalitatieve bedrijfsobligaties (investment grade) in overweging nemen.'
'Later dit jaar stippelen we onze langetermijnstrategie uit. Daarvoor moet er eerst een analyse gebeuren van de toekomstige verplichtingen en van de activa die daar tegenover staan (in het jargon, ALM). Voor we definitief van start gaan, moet de toezichthouder CBFA zijn fiat geven over de haalbaarheid van onze strategie en het vooropgestelde scenario.'
'Maar Pensio B zal altijd een conservatieve, voorzichtige beleggingsstrategie hanteren die ergens het midden houdt tussen die van verzekeraars en die van bedrijfspensioenfondsen. Bij de verzekeraars liggen de verhoudingen aandelen, vastgoed en alternatieve beleggingen versus obligaties, telkens op ongeveer 15 tegen 85 procent. We leggen onszelf strengere eisen op dan de letter van de wet vraagt, want Pensio B garandeert een jaarlijks rendement van 3,25 procent. De wet-Vandenbroucke verplicht een minimumrendement van 3,25 procent op de werkgeversbijdrage en van 3,75 procent op de werknemersbijdragen, maar dit pas op het einde van de loopbaan van de werknemers.'
Zijn de voor- en nadelen van een groepsverzekering onderzocht bij de oprichting van Pensio B?
Vanhaeverbeek: 'De keuze van de sector viel op een pensioenfonds om twee redenen: de beheersing van de kosten en de keuze van de beleggingsstrategie. Het kostenplaatje in Pensio B bestaat vooral uit de loon- en informaticakosten. Er zijn 200.000 aangeslotenen, van wie 30.000 passieven. De komende tien jaar komt er vooral geld binnen en blijven de uitbetalingen beperkt. De kosten blijven nagenoeg beperkt tot de lonen van de vier mensen die alles beheren. Het dossierbeheer is verregaand geïnformatiseerd. De administratieve kosten bedragen slechts 3 procent van het bedrag dat jaarlijks op de individuele rekeningen van de aangeslotenen wordt gestort, en dat percentage zal nog dalen eens we op kruissnelheid geraken.'
'Vergeet niet dat verzekeraars tot 5 procent administratieve kosten mogen aanrekenen en dat ze hun aandeelhouders een deel van de winst moeten uitkeren. Bij het pensioenfonds blijft alles in het fonds.'
'We wilden ook onze eigen beleggingsstrategie bepalen. Het kader voor een pensioenfonds is soepeler en er is ook meer transparantie. De bouwsector heeft met 170.000 arbeiders een voldoende grote basis opdat het pensioenfonds rendabel zou zijn. Voor kleinere sectoren is dat vaak moeilijker. Daarom zetten we onze deuren open voor kleinere sectoren om zich bij ons aan te sluiten. Maar blijkbaar schrikt onze kracht en grootte ook af. Nochtans zouden die sectoren dan nog steeds in de groep hun eigen strategie kunnen bepalen. Het werkt volgens het gewone uitbestedingsprincipe op basis van schaalvoordelen. Ik zie dat als een win-winsituatie. Maar versta me niet verkeerd, we willen hier geen business van maken.'
Hoeveel vermogen heeft Pensio B in beheer?
Vanhaeverbeek: 'Eind 2008 beheerden we ongeveer 85 miljoen euro. Elk kwartaal komt er 10 miljoen euro bij. En het aantal uitbetalingen ligt voorlopig vrij laag.'
Caroyez: 'We moeten het nodige vertrouwen nog opbouwen, daarom is een deel van het beheer uitbesteed aan een verzekeraar.'
Bij jullie is de sfeer dankzij de winst nog goed. Maar hoe is de sfeer onder jullie collega-pensioenfondsbeheerders?
Vanhaeverbeek: 'Hoewel geen enkel Belgisch pensioenfonds in liquiditeitsproblemen is gekomen, hebben die zware verliezen toch veel emoties losgemaakt. Wij zaten zelf in een luxepositie omdat we geen verliezen moesten uitleggen aan de raad van bestuur en de achterban. We doen er alles aan om die trend door te zetten. Als we de beoogde 3,25 procent winst per jaar niet halen, moet de inrichter (werkgevers, red.) immers aan het eind van het jaar bijstorten.'
Welke lessen moeten pensioenfondsen uit de crisis trekken?
Caroyez: 'Het is belangrijk dat niet enkel de financiële specialisten, maar ook de raad van bestuur van een pensioenfonds begrijpt waarin het fonds belegt. Nu, ik denk niet dat er één Belgisch pensioenfonds wat dat betreft boter op het hoofd heeft. In het buitenland daarentegen hebben heel wat pensioenfondsen zich verbrand aan gestructureerde producten en hefboomfondsen, kortom meer risicovolle producten. Hou het eenvoudig! Dat is de belangrijkste les.'