Kaderleden krijgen meer extralegale voordelen dan bedienden. En bedienden meer dan arbeiders. Dat is bekend. Minder geweten is dat er ook tussen de 'gewone' bedienden onderling veel verschillen bestaan. Dat heeft onder meer met de grootte van de werkgever te maken. Zo geniet 82 procent van de bedienden in de heel grote bedrijven van een aanvullend pensioen, terwijl dat in kmo's (met minder dan vijftig werknemers) slechts voor 38 procent geldt.
Ook het werkregime speelt een grote rol. Uit het Beloningsonderzoek blijkt dat deeltijds werkende bedienden duidelijk minder tevreden zijn over hun pakket extralegale voordelen dan hun voltijds werkende collega's. De score voor deeltijders bedraagt 3,7 op 5, die voor voltijders 3,9. Dat is volgens de Vlerick-vorsers 'een significant verschil'.
De verklaring is simpel: de enquête leert dat deeltijdse bedienden een pak minder voordelen krijgen: slechts 43 procent van hen heeft een aanvullend pensioen (tegen 63procent bij voltijders), 52 procent een hospitalisatieverzekering (tegen 74procent bij voltijders) en 43 procent maaltijdcheques (tegen 62 procent).
De bevraging leert voorts dat 27 procent van de bedienden en 54 procent van de kaderleden een bedrijfswagen heeft.