De aanvullende vergoeding voorzien in de CAO's nr 17 van 19/12/74 (voltijds brugpensioen) en nr 55 van 13/7/93 (halftijds brugpensioen) wordt eenmalig bepaald op het ogenblik waarop het recht op vergoeding ingaat.
Daarna kan deze nog slechts aangepast worden door :
1° een indexatie cfr sociale uitkeringen (laatst doorgevoerd per 1/9/08). Uitgezonderd in die PC’s die een afwijkend indexatiesysteem voorzien hebben (bij ons weten enkel PC 126, cfr hun lonen).
2° een eventuele jaarlijkse herwaardering door de Nationale Arbeidsraad (NAR) (laatst doorgevoerd per 1/1/08).
Op 22/12/08 werd binnen de NAR de CAO nr 17tricies ter gesloten. Via deze CAO werd een nieuwe herwaarderingscoëfficiënt (1,0048) vastgelegd.
Vanaf 1/1/09 moeten de aanvullende vergoedingen bijgevolg (pro rata temporis) aangepast worden, op grond van navolgende formule, afhankelijk van het referteloon dat tot basis diende voor de berekening van de brugpensioenvergoeding (bij gebrek aan andersluidend akkoord, is het loon verdiend in de laatste maand van effectieve prestaties, het referteloon):
referteloon van vóór 1/1/2008 vergoeding x 1,0048;
referteloon van 1ste kwartaal 2008: vergoeding x 1,0036;
referteloon van 2de kwartaal 2008: vergoeding x 1,0024;
referteloon van 3de kwartaal 2008: vergoeding x 1,0012;
referteloon van 4de kwartaal 2008: geen aanpassing.
Deze aanpassing gebeurt niet op de oorspronkelijke aanvullende vergoeding. Ze wordt doorgevoerd op het vorige bedrag van de aan¬vullende vergoeding (laatst aangepast per 1/09/08).
Bron:
CAO nr. 17 tricies ter gesloten in de NAR op 22 december 2008 tot wijziging en uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974 tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen.