De twee grootste pensioenfondsen van Nederland hebben in het derde kwartaal een omvangrijk verlies geleden op hun beleggingen. Pensioenreus ABP, de grootste pensioenverstrekker van Nederland en een van de grootste spelers ter wereld, heeft 10 mrd verloren. Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) zag ruim euro 4 mrd van zijn vermogen verdampen.
De dekkingsgraad van ABP, de verhouding tussen hun vermogen en financiele verplichtingen, is zo sterk gedaald dat het pensioenfonds een reservetekort heeft moeten rapporteren bij de Nederlandsche Bank (DNB). Het moet nu met een plan komen op de dekkingsgraad te herstellen.
De dekkingsgraad van ABP is na het einde van het derde kwartaal nog verder gedaald, meldt het pensioenfonds. De ratio is echter nog steeds boven het absolute minimum van 105%, waaronder fondsen niet langer voldoende kapitaal in huis hebben om hun leden volledig uit te betalen.
Zowel ABP als PFZW verzekeren dat de pensioenverstrekking niet in gevaar komt. "Dat we nu tot onder de vereiste dekkingsgraad zijn gezakt is vervelend, maar geen reden tot overbezorgdheid", aldus ABP bestuursvoorzitter Elco Brinkman. "We blijven pensioenen uitkeren". Ook de directeur van PFZW, Peter Borgdorff, spreekt geruststellende woorden. "Ik heb er alle vertrouwen in dat we niet alleen nu, maar ook in de toekomst onze deelnemers een goed pensioen kunnen bieden", aldus Borgdorff.
ABP, dat de pensioenen beheert van overheids- en onderwijspersoneel, verloor tijdens de eerste negen maanden 9,8% op zijn beleggingen. Daardoor daalde het vermogen van het pensioenfonds met euro 22 mrd naar euro 195 mrd. Eind 2007 had ABP nog euro 217 aan vermogen. Bijna de helft van de verliezen, euro 10 mrd, viel in het derde kwartaal.
Ook sectorgenoot PFZW zag een groot deel van zijn investeringen verdampen. PFZW, verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van pensioenbeheerder PGGM, zag in het derde kwartaal een negatief rendement op zijn beleggingen van 5,5%.
De pensioenfondsen worden sterk geraakt door de beurscrisis. ABP verloor in de eerste negen maanden 24,1% op zijn beleggingen in aandelen, PFZW 18,2%. Beide fondsen hebben ruim 40% van hun vermogen in aandelen belegd.
PFZW meldt dat het naast de verliezen op aandelen in vrijwel alle belegingscategorieen een negatief rendement heeft gezien. Onder andere grondstoffen en vastgoed deden het slecht.
Het vermogen van PFZW daalde daardoor in het derde kwartaal naar euro 81,9 mrd, ten opzichte van het vermogen van euro 86,3 mrd aan het einde van het tweede kwartaal. Eind 2007 had PFZW nog ruim euro 88 mrd in kas.
PFZW is verantwoordelijk voor de beleggingsstrategie van de pensioenen van ruim twee mln huidige en voormalige werknemers in de sector zorg en welzijn. De organisatie is ontstaan na de splitsing begin dit jaar van het bekendere PGGM, dat de door PFZW uitgezette strategie uitvoert.
De dekkingsgraad van het pensioenfonds is gedaald naar 126%, ten opzichte van 143% aan het einde van het tweede kwartaal.
Met een dekkingsgraad van 126% komt PFZW in de buurt van de gevarenzone waarin een pensioenfonds onvoldoende buffers heeft. De Nederlandsche Bank (DNB) adviseert pensioenfondsen gemiddeld een dekkingsgraad van 125% aan te houden, maar deze grens verschilt per fonds, afhangend van het risicoprofiel van hun beleggingen en de samenstelling van hun ledenbestand, aldus woordvoerder Tobias Oudejans van DNB.
Omdat ABP onder deze grens is uitgekomen moet het een herstelplan opzetten waarmee het aantoont dat het binnen maximaal vijftien jaar zijn reservetekort heeft weggewerkt