De twee grootste pensioenfondsen van Nederland maken donderdag bekend hoe hard ze in het derde kwartaal zijn geraakt door de kredietcrisis. De vraag is in hoeverre pensioenfondsen nog in staat zijn om de pensioenen te indexeren, ofwel te compenseren voor inflatie.
In de eerste zes maanden kregen Pensioenfonds Zorg en Welzijn, het voormalige PGGM, en ambtenarenpensioenfonds ABP al flinke klappen door de malaise op de aandelen- en obligatiemarkten. Zorg en Welzijn zag zijn beheerd vermogen in die periode met 2 miljard euro dalen tot 86 miljard euro. Bij ABP ging het om een daling van 12 miljard tot 205 miljard euro.
ABP, dat eigenlijk alleen halfjaarcijfers bekend maakt, ziet zich “gegeven de huidige omstandigheden genoodzaakt kwartaalcijfers te publiceren”, aldus een woordvoerder. Aandelenmarkten wereldwijd zijn sinds eind juni alleen maar verder gedaald. Bekend is dat ABP en Zorg en Welzijn veel geld hebben gestoken in Amerikaanse banken en verzekeraars.
Fannie Mae en Freddie Mac
Zo heeft ABP miljarden belegd in de inmiddels genationaliseerde hypotheekfinanciers Fannie Mae en Freddie Mac en de geplaagde Britse hypotheekbank HBOS. Het op twee na grootste pensioenfonds ter wereld heeft daarnaast geïnvesteerd in de geplaagde Amerikaanse financiële bedrijven Merrill Lynch, Lehman Brothers en AIG.
Ook het Fortis-debacle zal ABP naar verwachting parten hebben gespeeld. In juli kocht het pensioenfonds ter waarde van ongeveer een half miljard euro nieuwe aandelen Fortis. Per aandeel werd 10 euro betaald. Onlangs werd Fortis genationaliseerd. De aandelen zijn per stuk nog ongeveer 1 euro waard.
Buffers
ABP zal donderdag verder duidelijk maken wanneer het pensioenfonds besluit in hoeverre deelnemers worden gecompenseerd voor inflatie. Normaal valt deze beslissing in november, maar door de onrust op de financiële markten wordt het tijdstip mogelijk uitgesteld.
De buffers van ABP waren eind juni net onvoldoende voor volledige indexatie. De zogenoemde dekkingsgraad, de mate waarin een pensioenfonds aan zijn verplichtingen kan voldoen, lag op 132 procent. ABP indexeert volledig bij 135 procent. Bij Zorg en Welzijn lagen de buffers destijds een stuk hoger. Het pensioenfonds zit bovendien minder diep in de geplaagde Amerikaanse financiële instellingen.
Metaal en Techniek
Twee kleinere pensioenfondsen, het Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT) en het Pensioenfonds Metalektro (PME), maken woensdag ook hun cijfers bekend. De dekkingsgraad van PMT was drie maanden geleden nog in orde, PME zat krapper bij kas.
Anderhalve week geleden stelde adviesbureau Mercer dat de buffers van pensioenfondsen onder druk staan. De gemiddelde dekkingsgraad zou 105 procent bedragen. Een aantal pensioenfondsen is volgens Mercer zelfs onder de 95 procent gezakt. Dat betekent dat er voor elke euro die moet worden uitgegeven, maar 0,95 euro in kas zit.