Gaat het slecht op de beurs, dan start al snel het doemdenken over pensioenen. Vaak is dat paniekvoetbal. De geruststellende boodschap is dat het zo’n vaart niet loopt. Wil een pensioenfonds omvallen, moet er toch écht wel wat gebeuren. Maar ook zonder dat angstbeeld staan pensioenregelingen mogelijk wél voor forse ingrepen.
Een bank kan snel omvallen als spaarders hun rekeningen leeghalen. Dat is de theorie en dat zien we nu ook in de praktijk gebeuren. Verzekeraars en pensioenfondsen die onze pensioenvermogens beheren, hebben dat liquiditeitsrisico niet. „Je kunt je pensioen niet weghalen, afkoop is per wet verboden”, bevestigt Theo Gommer van pensioenadviesbureau Akkermans & Partners. Precies dat biedt deze pensioenuitvoerders een stevig fundament. Toch dwingen toezichtregels tot steeds ingrijpender maatregelen als de belegde vermogens op de beurs onder druk staan.
Pensioenfondsen moeten in staat zijn om met hun belegde vermogen niet alleen de huidige pensioenuitkeringen te doen, maar ook die in de toekomst. Om dat snel te kunnen meten hebben we de dekkingsgraad: het belegde vermogen als percentage ten opzichte van de verplichtingen.
Vroeger was het geen probleem als het vermogen minder was dan die verplichtingen, dat wil zeggen als de dekkingsgraad onder de 100% lag. Pensioenuitvoerders hebben immers alleen geld nodig voor de huidige uitkeringen, voor de uitkeringen in de (verre) toekomst vertrouwde men erop dat de beurs zich wel weer zou herstellen. En dat gebeurde eigenlijk ook altijd. Sinds de pensioencrisis begin deze eeuw schrijft echter de toezichthouder, De Nederlandsche Bank, buffers voor. Daalt de dekkingsgraad onder de 105%, dan moeten fondsen vertellen hoe ze binnen drie jaar weer in de veilige zone denken te komen. „In feite komt dat er vaak op neer dat ze risicovolle aandelen verkopen en inruilen voor veiliger obligaties. Dat is best raar, want als langetermijnbelegger zou je op dieptepunten het lef moeten hebben om aandelen bij te kopen”, stelt Gommer. Een fonds moet tegen lage koersen verkopen en mist toekomstig rendement. Een oplossing is dit dus niet echt. Om weer financieel fit te worden, heeft een pensioenfonds de keuze uit twee zaken: zorgen dat er meer geld binnenkomt of zorgen dat er minder wordt uitgekeerd.
Meer geld het fonds in krijgen kan eigenlijk alleen door de pensioenpremies die werknemers en werkgevers samen betalen te verhogen. Populair is dat niet, sociale partners zullen daarover stevig onderhandelen, omdat hierdoor in feite de loonkosten omhoog gaan. Daarbij komt volgens Gerard Riemen, directeur van de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen, dat premieverhoging slechts een beperkt effect heeft. „Wil je iets bereiken met de premie dan moet die echt fors omhoog. Het schrappen van de indexatie heeft een effect op het vermogen dat vele malen groter is dan een premieverhoging.”
Versobering pensioen pas laatste redmiddel
Daarbij zijn we bij het tweede instrument dat het pensioenfonds heeft om in de veilige bufferzone te komen: het schrappen van de inflatiecorrectie van pensioenen. Bij de vorige pensioencrisis in 20012002 werd onder meer dit middel toegepast om de dekkingsgraad weer in de groene zone te krijgen. Gepensioneerden gingen de barricaden op.
Vreemd genoeg waren er toen nauwelijks protesten van werkende deelnemers. Dit terwijl ook hun pensioenrechten in zo’n geval niet meegroeien met de inflatie.
Doordat deze actieve deelnemers bovendien gemiddeld veel jonger zijn dan gepensioneerden, wordt de pensioenachterstand elk jaar een beetje groter. Wordt de achterstand niet achteraf gerepareerd – en pensioenfondsen doen dit pas als ze echt grote buffers hebben – kan dat leiden tot een pensioenuitkering die echt fors lager is.
Bij onoverkomelijk zwaar weer is er ten slotte nog een paardenmiddel: het verlagen van de pensioenen zelf. „Een pensioenfonds heeft de juridische ruimte om de pensioenen te verlagen. Daartoe zal pas op het allerlaatste moment worden besloten”, meent Gommer.
Tegelijkertijd geeft de pensioenexpert toe dat een versobering niet geheel ondenkbeeldig is. Pensioenfondsen grepen al eerder naar dit middel. Zo werden na de aandelencrisis begin deze eeuw, de pensioenen versoberd door van eindloonstelsel naar middenloon over te stappen.
Er is volgens Gommer gerede kans dat een eventuele versobering dit keer zijn weerslag zal vinden in de gedeeltelijke invoering van pensioen op eigen risico.
Dat ál het pensioen weg is en het pensioenbedrijf omvalt, is in Nederland nog nooit gebeurd. „Al moesten de deelnemers van het pensioenfonds van het omgevallen DAF wel genoegen menen met lagere uitkeringen”, aldus Gommer. Voor pensioenregelingen die bij een verzekeraar lopen is in eerste instantie de kans kleiner dat uitkeringen verlaagd worden, meent Gommer. „De verzekeraar moet gewoon blijven uitbetalen wat hij in het contract is overeengekomen.”
Kan de maatschappij dat echt niet meer is het gevolg echter hetzelfde: de uitkeringen gaan omlaag. „Óf de verzekeraar keert net zolang uit tot de kas leeg is, óf er wordt een faillissement uitgesproken en alle polishouders én andere schuldeisers krijgen naar rato van wat er aan middelen over is.”