Ongeveer 3.500 miljard euro aan activa, het equivalent van 30 à 40 procent van het bruto binnenlandse product van de EU, is in handen van Europese pensioenfondsen. In de Belgische pensioenfondsen zit zo'n 18 miljard euro. Dat is meer dan in het Zilverfonds van de overheid om de vergrijzing te betalen, waarin ongeveer 15 miljard euro geparkeerd is. 'Het Zilverfonds volstaat vandaag om amper zes maanden de pensioenen te betalen', zegt Philip Neyt. 'De tweede pijler van de pensioenen (pensioenfondsen en groepsverzekeringen) is meer en meer een noodzakelijke aanvulling. De eerste pijler, het wettelijk pensioen betaald door de overheid, volgt immers de welvaartsstijging niet.
'Pensioenfondsen kunnen bovendien makkelijk een crisis uitzweten, omdat ze werken met een horizon van 20 tot 25 jaar. Ze investeren veel minder emotioneel. Ze vormen de matras voor de financiële markten, als ze hun effecten tenminste niet uitlenen. Op 20 jaar doen aandelen het altijd beter dan obligaties, maar niet perse op 10 jaar. Het gemiddelde jaarrendement van de Belgische pensioenfondsen is sinds 1985 7,8 procent, daarvan blijft zelfs na inflatie 5,5 procent over.'
Moeten pensioenfondsen het uitlenen van aandelen definitief opschorten?
Philip Neyt: 'In het huidige negatieve beursklimaat druist het tegen de eigen belangen in om aandelen uit te lenen. Het heeft enkel koersdalingen tot gevolg, want shortsellers gebruiken de geleende effecten om uit de koersval winst te slaan. De vergoedingen die er tegenover staan zijn slechts kruimels. De pensioeninstellingen moeten zelfs nog een stap verde gaan en de beheerders van beleggingsfondsen in hun portefeuille op de rooster leggen, zodat ook zij geen aandelen meer uitlenen.'
'Het uitlenen van effecten is trouwens een vlag die de lading niet dekt. De fondsen zijn het juridische eigendom van de aandelen kwijt en dus ook het stemrecht op de algemene vergadering. In ruil krijgen ze een onderpand. Maar in het huidige klimaat is het moeilijk in te schatten hoeveel het onderpand waard is en hoe stevig de tegenpartij in zijn schoenen staat. Onder het mom van liquiditeitsverschaffing worden effecten geleend, maar het gaat vooral om traders die speculeren op dalende koersen. Koersdalingen die de 'eigenaars' van de aandelen, in dit geval pensioenfondsen, pijn doen. Shortselling leidt ook gauw tot onfrisse praktijken zoals het verspreiden van valse geruchten over de geviseerde bedrijven.'
Wat gebeurt er met het pensioenfonds als het inrichtende bedrijf bankroet gaat?
Neyt: 'Bij een faillissement van een bedrijf blijft het pensioenfonds autonoom verder bestaan tot de verplichtingen zijn ingelost. Het pensioenfonds is een aparte juridische entiteit, met eigen reserves. Werknemers aangesloten bij een pensioenfonds hebben dus weinig te vrezen. Zij genieten een dubbele bescherming: de solvabiliteitscontrole van de toezichthouder CBFA en de resultaatsverbintenis van de werkgever.'
'Naast het prudentieel toezicht voorziet de wet Vandenbroucke sinds 2004 in een sociale bescherming voor aangesloten werknemers. Ofwel genieten ze een pensioenbelofte, die volledig losstaat van de prestaties van het pensioenfonds, ofwel een rendementsgarantie op de gemaakte stortingen. In het eerste geval krijgen de werknemers op het einde van de rit bijvoorbeeld 70 procent van het laatste salaris, of het gemiddelde salaris van de laatste vijf jaar. In het tweede geval geldt er een rendementsgarantie van 3,75 procent op de eigen stortingen en 3,25 procent op de stortingen van de werkgever. In beide gevallen is de werkgever eigenlijk de 'lender of last resort' die moet bijspringen als er toch tekorten opduiken. In het extreme geval dat er een tekort is bij het pensioenfonds en de werkgever bankroet gaat, zijn de werknemers bevoorrechte schuldeisers ten aanzien van het fonds.'
Duiken er soms problemen op om de gelden uit te betalen?
Neyt: 'Pensioenfondsen hebben normaal geen liquiditeitsproblemen, want het aantal uit te betalen pensioenen ligt lager dan het aantal nieuwe stortingen. Werknemers kunnen het geld ook niet opvragen voor de pensioenleeftijd, zodat de uitstroom goed voorspelbaar is.'
Wat is de impact van de crisis op pensioenfondsen?
Neyt: 'De beleggingen lijden natuurlijk onder de crisis. De fondsen beleggen vooral in grote 'blue chips', vaak bankaandelen. Gemiddeld bestaat de portefeuille van de Belgische pensioenfondsen uit 5 à 10 procent vastgoed en 40 procent internationale aandelen. De rest zijn obligaties, waarvan het grootste deel staatspapier in euro. Die verdeling is vrij constant in de tijd. Pensioenfondsen hebben een visie op veel langere termijn dan individuen. Zij hoeven ook geen 'lifecycle'-benadering te hanteren: het risico afbouwen naarmate je ouder wordt. De meeste pensioenfondsen hebben hun beleggingsstrategie dan ook niet gewijzigd.'
'Voor veel fondsen treden er nog geen problemen op, ze eten eerst hun opgebouwde buffer op. Ook als sommige fondsen moeten vragen dat de werkgever bijspringt, is dat nog niet echt een probleem De werkgever moet dat gat niet in een ruk dichtrijden.'
Zijn de rendementen van pensioenfondsen vergelijkbaar met die van gewone beleggingsfondsen?
Neyt: 'Het rendement ligt hoger, vooral door de lagere kosten. De beheerskosten liggen vaak een vijfde tot een tiende lager dan die van particuliere beleggingsfondsen. Omdat pensioenfondsen meer gewicht in de onderhandelingen kunnen gooien, zijn de kosten lager. De schaalvoordelen helpen ook een betere spreiding in te bouwen. Collectief sparen is om al die redenen voordeliger dan individueel sparen. Toch is in België het individuele pensioensparen sterker ontwikkeld, mede dankzij de fiscale stimulansen. In Nederland zit er 1.000 miljard in de tweede pijler van het pensioen, tegenover 50 miljard in België. Veel mensen verwarren pensioenspaarfondsen met pensioenfondsen. Een belangrijk verschil is dat het rendement bij een individuele pensioenspaarfonds niet gegarandeerd is.'