dinsdag 28 oktober 2008

Bedrijven en werknemers draaien op voor pensioenfonds

In pensioenjargon heet het moederbedrijf van een pensioenfonds de sponsor. TNT en KPN laten zien dat ze die term heel letterlijk nemen. Ze storten volgend jaar beide tientallen miljoenen in de kas van hun pensioenfonds.

Dit is geen genereus gebaar, maar de uitvoering van een afspraak tussen het pensioenfonds en de sponsor. Daarin staat domweg dat het telecombedrijf en het postbedrijf bijspringen als de dekkingsgraad daalt onder de 105 procent. Tegen 1 euro toekomstige verplichtingen staat nog maar 1,05 euro vermogen. Eind juni was dat nog 1,36 euro.

Het is niet te verwachten dat veel andere bedrijven de komende weken met de geldbuidel zullen zwaaien. ‘Er zijn minder afspraken dat het bedrijf moet bijspringen als de dekkingsgraad onder een bepaald niveau komt dan tien jaar geleden’, zegt Piet van der Graaf, secretaris toezicht financiële markten bij de Stichting Ondernemingspensioenfondsen (Opf). Ondernemingspensioenfondsen zijn verbonden aan een bepaald bedrijf en niet aan een sector zoals bedrijfstakpensioenfondsen.

De bijstortafspraken zijn onder meer geschrapt omdat aandeelhouders ze te eng vinden. Die willen niet opeens worden geconfronteerd met de tekorten van het pensioenfonds. De steun aan het fonds gaat direct ten koste van de winst en maakt deze erg onvoorspelbaar.

Daarom hebben veel beursgenoteerde bedrijven hun pensioenfondsen op een afstand geplaatst. Het bedrijf betaalt een bepaalde bijdrage voor het pensioen van de werknemers en trekt verder zijn handen van het fonds. Hierdoor komt het beleggingsrisico meer op het bord van de werknemers en de gepensioneerden. Dat is onder meer gebeurd bij Akzo Nobel, Wegener en SNS Reaal.

De reactie van TNT en KPN op de malaise bij hun fondsen verschilt ook van de werkwijze van bedrijfstakpensioenfondsen, zoals ABP, Pensioenfonds Zorg en Welzijn en PME (industrie). Deze fondsen, waar de meeste werknemers bij zitten, hebben een minder hechte band met één werkgever. Ze hebben te maken met honderden werkgevers. Die kunnen het fonds niet steunen met een eenmalige storting. Dat kan alleen via een premieverhoging.

Premieverhoging ligt om diverse redenen gevoelig. Ten eerste omdat een verhoging de economische teruggang verder aanwakkert. Werknemers zien hun netto inkomen immers dalen.

Ten tweede zijn de premies in de jaren 2002 en 2003 al sterk gestegen. De premiehoogte is zo gekozen dat het in principe niet nodig is de premie te verhogen als het tegenzit.

Pensioenbesturen zullen eerder besluiten de indexatie, de aanpassing van de pensioenen van werkenden en gepensioneerden aan de inflatie, te beperken. Als dat niet voldoende helpt, zijn de premies aan de beurt.
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :