Toen eindelijk met ingang van aanslagjaar 2008 een afbouwregel ingevoerd werd bij de de facto-vrijstelling van belasting voor pensioenen en vervangingsinkomsten die bepaalde maxima niet overschrijden (artikel 154 WIB92), was de hoop ontstaan dat voortaan in alle dergelijke gevallen waarin minima of maxima voorkomen ab initio - en niet via reparatiewetgeving - een afbouwregel zou ingevoerd worden.
Tot en met aanslagjaar 2007 was je immers als gepensioneerde bijvoorbeeld 471,84 EUR bijkomende belasting verschuldigd (met inbegrip van 7% gemeentebelastingen) indien je 0,01 EUR meer pensioen had dan de maximum werkloosheidsvergoeding voor het jaar 2006 (de anciënniteittoeslag voor oudere werklozen niet inbegrepen), hetzij 12.618,06 EUR.
Neen dus…
De nieuwe slachtoffers zijn deze keer de gepensioneerden die de wettelijke pensioenleeftijd bereikt hebben, een wettelijk pensioen genieten (codes 1228 en 2228 van Vak V in de aangifte personenbelasting) en een bijkomend activiteitsinkomen genieten.
Het was nochtans precies de bedoeling om in het kader van de actieve welvaarstaat, gepensioneerden die, na het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd, hun kleine pensioen willen aanvullen met een bijkomend inkomen …, niet meer fiscaal te bestraffen door bij de vaststelling van de belastingvermindering op die pensioenen rekening te houden met de andere activiteitsinkomsten (Memorie van toelichting bij de Wet houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008 van 17/05/2007, BS. 19/06/2007).
Om van deze “gunstmaatregel” te kunnen genieten, mag het “kleine pensioen” waarvan sprake echter niet meer bedragen dan de maximum werkloosheidsvergoeding voor het jaar 2007 (de anciënniteittoeslag voor oudere werklozen niet inbegrepen), hetzij 12.976,98 EUR.
Voorbeeld
Gegevens:
Belastingplichtige: alleenstaande gepensioneerde die de wettelijke pensioenleeftijd bereikt heeft en een wettelijk pensioen geniet;
bijkomend activiteitsinkomen: bezoldiging bedrijfsleider, belastbaar bedrag: 12.500,00 EUR
Situatie 1
belastbaar pensioen: 12.976,00 EUR (code 1228 - Vak V in de aangifte personenbelasting)
Situatie 2
belastbaar pensioen: 12.977,00 EUR, hetzij 1,00 EUR meer, (code 1228 - Vak V in de aangifte personenbelasting)
Bij de berekeningen wordt geen rekening gehouden met bedrijfsvoorheffing, voorafbetalingen, vermeerdering of bonificatie.
De gemeentebelastingen bedragen 7%.
Oplossingen:
Situatie 1
bij te betalen: 6.700,60 EUR, dit is de marginale belasting op 12.500,00 EUR aanvullend activiteitsinkomen (5.770,83 EUR) + het verlies aan belastingvermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten ingevolge het overschrijden van de grens van 19.390,00 EUR belastbaar inkomen (929,77 EUR).
Situatie 2
bij te betalen: 7.427,41 EUR, dit is de marginale belasting op 12.500,00 EUR aanvullend activiteitsinkomen (5.770,88 EUR) + het verlies aan belastingvermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten ingevolge de proportionele afbouw in functie van het totale netto-inkomen enerzijds en het overschrijden van de grens van 19.390,00 EUR belastbaar inkomen anderzijds (1.656,53 EUR).
Verschil: 726,81 EUR (= 7.427,41 - 6.700,60)
Conclusie: de supplementaire euro wettelijk pensioen wordt belast tegen 726,81%, wat geenszins de actieve welvaarstaat ten goede zal komen.
De oorzaak van deze aberrante situatie is natuurlijk te vinden in het totaal ontbreken van afbouwregel.
Voor weduwen of weduwnaars die een overlevingspensioen cumuleren met een aanvullend activiteitsinkomen geldt een gelijkaardige maatregel. Aangezien er echter geen maximum gesteld wordt met betrekking tot het overlevingspensioen komt in die gevallen deze anomalie niet voor.