Vanaf 1 januari 1995 wordt een solidariteitsbijdrage ingehouden op het totale brutobedrag van de wettelijke en aanvullende pensioenen en renten die eenzelfde gerechtigde ontvangt. Het koninklijk besluit dat onlangs gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad trekt de grens waaronder geen solidariteitsbijdrage verschuldigd is, op. Hierdoor zien meer mensen met een laag pensioen hun koopkracht toenemen.
Vanaf 1 januari 1995 wordt een solidariteitsbijdrage van 0 tot 2% ingehouden op het totale brutobedrag van de wettelijke en aanvullende pensioenen en renten die eenzelfde gerechtigde ontvangt.
Deze solidariteitsbijdrage wordt toegepast vanaf een bepaalde drempel, die varieert in functie van de familiale situatie van betrokken gepensioneerde.
De Programmawet van 8 juni 2008 voorziet de mogelijkheid om de solidariteitsbijdrage geleidelijk te verminderen of af te schaffen.
Het koninklijk besluit dat gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad, voegt de daad bij het woord en trekt de grens waaronder geen solidariteitsbijdrage verschuldigd is, op tot:
2.012,75 euro voor gepensioneerden zonder gezinslasten (voorheen 1.282,72 euro)
2.326,99 euro voor gepensioneerden met gezinslasten (voorheen 1.603,40 euro)
Hierdoor zien méér mensen met een laag pensioen hun koopkracht toenemen.
Het KB treedt in werking op 1 juli 2008. Om uitwerking te blijven hebben, moet het KB nog wel bij wet bevestigd worden binnen de 12 maanden volgend op de inwerkingtreding.
Bron: Koninklijk besluit van 1 juli 2008 tot uitvoering van artikel 68, par. 10, van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen.
Vervolg