maandag 12 september 2011

Kapitalisatiestelsel werknemerspensioenen – niet uitbetaalde onderdomsrenten

De oude stelsels van kapitalisatie van de pensioenbijdragen legden de storting van verplichte bijdragen op met het oog op de vestiging van ouderdoms- en weduwenrenten. Aan deze stelsels werd een einde gemaakt met de invoering van het repartitiestelsel. De afgelopen jaren werd regelmatig gesleuteld aan de uitbetalingsvoorwaarden. Zo is sinds het koninklijk besluit van 13 september 1971 de ouderdomsrente slechts betaalbaar voor zover het werknemerspensioen daadwerkelijk is ingegaan en effectief wordt uitbetaald. De renten die worden uitbetaald vanaf 1 januari 2001 worden slechts eenmaal uitbetaald in kapitaal. Dat impliceert dat wie zijn jaren als werknemer ziet verdwijnen door het toepassen van het principe van eenheid, de ouderdomsrente niet uitbetaald krijgt.

Maggie De Block (open vld) stelde hieromtrent volgende parlementaire vragen :

1. Hoeveel ouderdoms- of weduwenrenten uit het kapitalisatiestelsel voor werknemerspensioenen werden niet uitbetaald in 2007, 2008, 2009 en 2010, opgesplitst in ouderdomsrenten en weduwenrenten? 2. Hoeveel bedraagt de som aan niet-uitbetaalde ouderdoms- en weduwenrenten in de voormelde jaren? 3. Waar vloeien de niet-uitbetaalde ouderdoms- en weduwenrenten naartoe?

Antwoord van de Minister van Pensioenen


In antwoord op haar vragen heb ik de eer het geachte lid het mee te delen dat de beslissing om de uitkering van de rente te koppelen aan de uitbetaling van het werknemerspensioen werd ingevoerd bij artikel 11 van de wet van 20 juli 1990 tot instelling van een flexibele pensioenleeftijd voor werknemers. Zoals u opmerkt wordt de rente enkel uitgekeerd indien er een betaling van een pensioen plaatsvindt. Deze maatregel was een budgettaire maatregel met het oog een zekere duurzaamheid in de betalingen te verzekeren daar de opgebouwde reserves voor het stelsel op dat ogenblik al onvoldoende waren om de toekomstige verplichtingen na te komen. Sedert 1967 werden de renten ook geïndexeerd. Deze indexatie wordt volledig gedragen door het repartitiestelsel. Een eerdere maatregel (koninklijk besluit nr. 415 van 16 juli 1986) blokkeerde deze indexering van de renten op het peil van 1 augustus 1986. De artikelen 38 en 39 van de wet van 6 augustus 1993 houdende sociale en diverse bepalingen schafte met ingang van 1 januari 1994 uiteindelijk de indexering af. Als sluitstuk nam op 31 december 2007 het Globaal Beheer van de werknemers de rechten en verplichtingen over van het wettelijk kapitalisatiestelsel, dit om de verdere uitkering van de renten mogelijk te maken. De door het geachte lid aangehaalde problematiek betreft thans nog een beperkt aantal gevallen met beperkte uitkeringen, gezien de rente enkel werd gevestigd voor een tewerkstelling in hoedanigheid van bediende die voor 1967 plaatsvond. In een streven naar rationalisatie en vereenvoudiging werden de renten die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2001 ingingen, nog enkel onder de vorm van een gekapitaliseerde waarde uitbetaald. Dit betekende het einde van de betalingen van minieme maandelijkse bedragen. In 2010 werden 13.713 kapitalen (eenmalige uitkering) ouderdomsrente uitgekeerd voor een gemiddeld bedrag van 537,86 euro en 365 kapitalen weduwenrenten voor een gemiddeld bedrag van 105,86 euro. De gevraagde aantallen en bedragen van niet uitgekeerde renten zijn niet beschikbaar bij de Rijksdienst voor pensioenen.


Nieuw ! Pensiontalk Mobile (betaversie)
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :