De minimumleeftijd voor vervroegd pensioen, die nu op 60 jaar ligt, wordt elk jaar met twee maanden opgetrokken. Pensioen op 60 blijft wel mogelijk voor wie 40 loopbaanjaren heeft.
Een werknemer die meer dan 45 jaar werkt (de huidige maximum loopbaan), wordt beloond met extra pensioen.
Het ambtenarenpensioen wordt hervormd. Maar de meeste ingrepen gelden enkel voor de nieuwkomers. Voor hun pensioen zullen de laatste tien en niet de laatste vijf loopbaanjaren tellen. Ook wordt de voorkeursbehandeling van sommige ‘speciale stelsels’ teruggeschroefd.
De werkloosheid van de derde periode en brugpensioen voor 60 jaar (tenzij bij een herstructurering) geven enkel nog een minimumrecht bij de pensioenberekening. Vrijwillige loopbaan- onderbreking wordt, met uitzondering van de thematische verloven, nog voor een jaar meegerekend.
Wie zijn aanvullend bedrijfspensioen voor 65 jaar opneemt, wordt extra belast.
De minimumpensioenen en andere minima van werknemers en zelfstandigen worden elke twee jaar met 2 procent boven op de index verhoogd, de andere uitkeringen met 0,7 procent. Het minimum voor zelfstandigen wordt geleidelijk opgetrokken tot het niveau van de werknemers.
Vervolg
Nieuw ! Pensiontalk Mobile (betaversie)