woensdag 31 augustus 2011

Eerste middelgrote pensioenhervorming - Pensioenkas gemeenten van faillissement gered

De pensioenkas van de gemeenten en OCMW's wordt gered van het faillissement met een eerste,

De pensioenkas van de lokale besturen voor hun vastbenoemde personeelsleden is gered van het faillissement. De bijdragen van de werkgevers - de lokale besturen - worden verhoogd tot 41,5 procent. En de onderlinge solidariteit wordt beperkt: de dure vogels, de uitschieters, worden 'geresponsabiliseerd': van het 'bovennormale' gedeelte van de uitgaven die ze veroorzaken, moeten ze de helft zelf betalen.

Dat is het voorstel van het beheerscomité van de pensioenkas - de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten (RSZPPO). De ontslagnemende regering nam het voorstel gisteren over en zal het voorleggen aan het parlement.

De toestand van de pensioenkas van de lokale besturen is ernstig. Dat is hij al jaren, maar sinds enkele jaren is de situatie ronduit dramatisch: elk jaar moet de RSZPPO 300 miljoen van zijn reserves opeten om zijn 100.000 gepensioneerden te kunnen betalen. De bodem van de kas is in zicht (DS, 13 december 2010).

De kas vraagt de federale regering al een decennium lang om de financiering van die pensioenen te hervormen. Maar ook toen er volwaardige regeringen waren, lukte het niet iets op papier te zetten.

Bodem

Ten einde raad, en met de bodem van de reserves in zicht, stapten de sociale partners en het beheerscomité van de RSZPPO eind 2010 naar de aftredende regering. Ze vroegen de 'toelating' om zelf een hervorming voor te bereiden.

Zij kwamen onderling tot een compromis, dat ze uitwerkten tot negentien, licht van elkaar verschillende varianten. De ontslagnemende regering pikte er één voorstel uit en dat werd woensdag voorgesteld door aftredend minister van Pensioenen, Michel Daerden (PS).

Het is geen alomvattende pensioenhervorming. Aan de pensioenberekening en de pensioenleeftijd verandert niets. Er blijven ook twee soorten personeelsleden bestaan: de bevoorrechte vastbenoemden, en de contractuelen. Maar de financiering verandert grondig.

De bijdragen die gemeenten moeten betalen voor hun vastbenoemde personeelsleden, stijgen tot 41,5 procent (berekend op de loonkosten voor de vastbenoemden). Er waren al een tachtigtal gemeenten die zoveel betaalden: die van 'pool 2': vooral grotere gemeenten die pas na 1993 toetraden tot de RSZPPO. De rest (samen 1.200 kleine en middelgrote gemeenten en hun OCMW's en sommige intercommunales) betaalde 34 procent. Dat wordt nu dus geleidelijk opgetrokken tot 41,5 procent in 2016. De politiezones betalen vandaag 31 procent; ook dat wordt opgetrokken tot 41,5 procent.

Dat hoge percentage is nodig om de sterk stijgende 'normale' pensioenuitgaven de volgende jaren te kunnen betalen.

Dure vogels

Er zijn echter ook dure vogels: gemeenten waarvan de pensioenuitgaven veel hoger liggen dan die van hun collega's, als gevolg van de personeelspolitiek die ze gevoerd hebben. Deze dure vogels, worden 'geresponsabiliseerd': als ze meer pensioenuitgaven veroorzaken dan wat te betalen is met een bijdrage van 41,5 procent, moeten ze voortaan de helft van het 'bovennormale', zelf betalen. De solidariteit van de andere gemeenten met hen, wordt zo beperkt tot de helft. Wie de dure vogels zijn, is nog niet bekend.

Maar dat alles zijn geen beslissingen. De aftredende regering kán hierover niets beslissen. Ze moet dit voorleggen aan het parlement.

De RSZPPO betaalt 100.000 pensioenen aan voormalige vastbenoemden en ontvangt bijdragen van 140.000 nog actieve vastbenoemden. Nog even en de verhouding is 1 op 1; dan staat elke actieve in voor het pensioen van één niet-actieve.

Waarom zijn de bijdragen zo hoog?

Er zijn twee redenen waarom het bijdragepercentage van de lokale besturen voor de pensioenen van hun vastbenoemden – 41,5 procent – zo ontzettend hoog ligt.
Ten eerste omdat de pensioenen die ermee betaald worden, veel hoger zijn dan die van privé-werknemers.

Ten tweede omdat pensioenbijdragen berekend worden als een percentage op de lonen van de actieve vastbenoemde personeelsleden. Gemeenten en OCMW's benoemen echter almaar minder personeelsleden vast: die zijn te duur. Ze werven vooral ‘contractuele' personeelsleden aan, voor wie ze lagere socialezekerheidsbijdragen betalen aan het privé-RSZ-stelsel. In Vlaanderen is minder dan 50 procent van het gemeentepersoneel nog vastbenoemd, in Wallonië zit men nog maar aan 40 procent.

De pensioenen van de vastbenoemden van gisteren moeten betaald worden met een percentage op het loon van de huidige vastbenoemden; de eerste groep groeit aan door de vergrijzing en de tweede krimpt. Bijgevolg explodeert het bijdragepercentage.

Wurggreep voor openbare ziekenhuizen

De openbare ziekenhuizen en vooral de voormalige openbare ziekenhuizen, zeggen dat de nieuwe regeling hen wurgt.
De meeste ziekenhuizen, ook de openbare, zijn de afgelopen decennia gefuseerd: ze moesten groter worden om te overleven. In Vlaanderen ging het bijna altijd om gemengde fusies: een of meer openbare met een of meer privé-ziekenhuizen.

De openbare stedelijke en OCMW-ziekenhuizen gaven hun personeel vroeger een vaste benoeming. Als ze fuseren, behoudt het vastbenoemd personeel zijn statuut en voordelen, maar het nieuwe personeel valt onder een vzw en krijgt dus een privé-contract en de sociale zekerheid van privé-werknemers.

Straks heeft geen enkele van die ziekenhuisfusies nog vastbenoemd personeel in dienst voor wie ze bijdragen betalen aan de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten (RSZPPO). Maar ze hebben wel veel ex-personeelsleden voor wie de RSZPPO nog jaren pensioenen moet betalen. Die zal die sommen geheel of gedeeltelijk verhalen op die ziekenhuizen.

Het zou om vele honderden miljoenen per jaar gaan. De ziekenhuizen zeggen dat ze dat niet kunnen betalen en dat de federale minister van Volksgezondheid, Laurette Onkelinx (PS) hen daarvoor extra geld moet geven. Die is dat niet van plan.

Nieuw ! Pensiontalk Mobile (betaversie)
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :