Méér dan 170.000 personeelsleden van de lokale besturen in Vlaanderen (exclusief gemeentelijk onderwijs) verlenen een uitgebreid pakket diensten aan de burgers. Daarmee is het lokale bestuur een heel grote werkgever. Zestig procent van de personeelsleden zijn contractuele medewerkers, vastbenoemden maken de minderheid uit. Voor beide groepen is de financiering van hun pensioen de volgende jaren een uitermate belangrijk dossier. Dit wordt een zeer grote financiële uitdaging voor de lokale besturen.
De Algemene vergadering van de vzw VVSG in Scherpenheuvel-Zichem vraagt de Vlaamse en federale overheid de nodige steun voor de financiering van deze pensioenen.
Vastbenoemde medewerkers
De federale en regionale overheden betalen de pensioenen van hun ambtenaren uit de lopende staatsbegroting. De Vlaamse overheid draagt voor haar eigen ambtenarenpensioenen trouwens zeer weinig bij. De lokale besturen financieren de pensioenen van hun vastbenoemde medewerkers al meer dan vijftig jaar helemaal zelf.
De financiering van de pensioenen van de vastbenoemden van de gemeenten en andere lokale besturen wordt steeds moeilijker. De voorbije jaren zijn de bijdragevoeten van de besturen aangesloten bij het gemeenschappelijk stelsel van de RSZPPO al sterk gestegen maar blijkbaar onvoldoende want ook in 2011 wordt het tekort op meer dan 200 miljoen euro geraamd. Er moet dus verder uit de reserves worden geput.
Intussen wachten we nog altijd op de federale financieringswet voor de pensioenen van de vastbenoemde ambtenaren in de lokale besturen. De federale overheid talmt hier nu al jaren mee. Daardoor verdwijnen de reserves in snel tempo. Er ligt een principieel voorstel op tafel dat ervan uitgaat dat er een systeem van geresponsabiliseerde solidariteit komt. Wie weinig statutaire medewerkers en veel statutaire pensioenen heeft, zal via een correctiefactor meer moeten bijdragen.
Uit alle simulaties blijkt dat de bijdragevoeten in de volgende beleidsperiode nog sterk zullen toenemen. Afhankelijk van de keuze die de federale overheid maakt, zal een lokaal bestuur in 2012 41,91%, 42,91% of 47,91% werkgeversbijdrage moeten betalen, terwijl in de privésector de werkgeversbijdrage 34,34% bedraagt. Daarbovenop zullen 575 op 1.302 Belgische lokale besturen nog een bijkomende correctie moeten betalen. Ten slotte zal de pensioenbijdrage na 2012 met 1,8% à 2% per jaar moeten stijgen om de vergrijzingskosten op te vangen. In de privésector worden de stijgende kosten van de pensioenen niet door de werkgevers gedragen maar betaald via belastingen.
Dit wordt een zeer grote financiële uitdaging voor de lokale besturen.
Tweede pensioenpijler voor contractanten
Tegelijkertijd maken de lokale besturen werk van een aanvullend systeem voor de contractanten. 500 lokale besturen hebben zich aangesloten bij het initiatief van de VVSG en de RSZPPO om een tweede pensioenpijler voor hun contractuele personeelsleden op te bouwen. De bijkomende financiering gebeurt alleen via werkgeversbijdragen. Om billijkheidsredenen is het belangrijk dat contractanten geleidelijk aan ook een betere pensioenvoorziening verwerven, vooral omdat het in deze groep in grote mate gaat om de lagere loonniveaus (zoals gesco’s).
Zowel voor de vastbenoemden als voor de contractanten nemen de lokale besturen hun verantwoordelijkheid op. Zij financieren de hele pensioenlast zelf. Wanneer krijgen zij daarvoor steun van de Vlaamse en federale overheid? Nieuw ! Pensiontalk Mobile (betaversie)