Wie dit jaar nog geen storting voor pensioensparen heeft gedaan, heeft nog enkele weken de tijd. Spaarders die hun storting uitstellen tot na 1 januari zijn het fiscaal voordeel voor dit jaar immers onherroepelijk kwijt. Hier een overzicht van de pensioenfondsen en -verzekeringen die in ons land worden aangeboden, hun rendementen en hun kosten.
2010 was tot dusver een behoorlijk jaar voor de Belgische pensioenspaarfondsen. De opgaande trend die werd ingezet in 2009, werd ook dit jaar aangehouden en sinds 1januari werd gemiddeld een return van 4,35procent behaald. De hoge returns van 2009 werden daarmee niet geëvenaard – toen boekten sommige fondsen meer dan 20procent rendement – maar al bij al mogen de resultaten van sommige pensioenfondsen er best zijn.
De gouden medaille gaat dit jaar alweer naar het Argenta Pensioenspaarfonds, dat een return van 9,63 procent behaalde sinds 1januari. Met een gemiddeld rendement van 4,76procent prijkt dit fonds ook bovenaan het klassement als we de gemiddelde prestatie van de laatste tien jaar bekijken. Hekkensluiter onder de dynamische fondsen dit jaar is Pricos. Door de goede prestatie van 2009 (+22,6 procent) behaalt dat fonds over de laatste twee jaar bekeken echter nog een gemiddeld rendement van 10,89 procent.
Ondanks de mooie prestaties van de laatste twee jaar hebben de zogenaamde dynamische pensioenfondsen, die gemiddeld voor 70procent in aandelen zijn belegd, de klap van de financiële crisis echter nog niet volledig verteerd. De meeste noteren nog zo'n 10 à 20procent onder hun topkoersen van 2007. De defensieve fondsen daarentegen – die gemiddeld slechts 30procent van hun activa in aandelen aanhouden – hebben de schade al wel grotendeels kunnen wegwerken. Met uitzondering van Pricos Defensive, dat nog net onder het hoogste niveau van 2007 noteert, staan de andere defensieve pensioenfondsen inmiddels terug op winst.
Door hun voorzichtige beleggingsbeleid zijn deze defensieve fondsen in de eerste plaats bedoeld voor pensioenspaarders die stilaan de pensioenleeftijd naderen. Zij kunnen het kapitaal dat ze bijeengespaard hebben in een dynamisch fonds – dat van nature erg volatiel is – ‘veilig' stellen door het over te hevelen naar een defensief fonds. Deze fondsen zijn door hun beperkte blootstelling aan de aandelenmarkt immers minder gevoelig voor de bokkensprongen van de beurs en moeten een koerscorrectie daardoor sneller te boven komen. Doorgaans wordt geadviseerd om pakweg tien jaar voor de pensioenleeftijd de overstap te maken.
Pensioenverzekeringen
Voor pensioenspaarders die niet kunnen leven met de koersschommelingen die eigen zijn aan een pensioenfonds, kunnen pensioenverzekeringen een geschikt alternatief zijn. Pensioenverzekeringen bieden immers kapitaalsgarantie en waarborgen bovendien een vast minimumrendement. Bovenop dat minimumrendement kan elk jaar ook een variabele winstbonus worden uitgekeerd, in functie van de beleggingsresultaten van de verzekeraar.
Het gewaarborgd minimumrendement van de klassieke pensioenverzekeringen ligt momenteel, afhankelijk van verzekeraar tot verzekeraar, tussen de 2,25 en de 2,85 procent. Daarbovenop betaalden de meeste verzekeraars dit jaar opnieuw een kleine winstbonus uit die betrekking heeft op de beleggingsresultaten van 2009. Als je deze samenneemt, werd in 2010 gemiddeld een totaalrendement van 3,45 procent uitbetaald. Koploper was Dexia Life Plan met een totaalrendement van 4,05 procent. Axa Opti Plan betaalde als enige nog geen winstbonus uit dit jaar en hield het bij het gewaarborgd minimumrendement van 2,50 procent.
Tegenover de absolute veiligheid van een pensioenverzekering staat het lagere rendement dat deze spaarformule op lange termijn te bieden heeft in vergelijking met haar bancaire tegenhanger. Sinds de start van het pensioensparen in 1987 lag het gemiddelde rendement van de Belgische pensioenfondsen immers ongeveer twee keer zo hoog als dat van de pensioenverzekeringen. De pensioenfondsen behaalden sinds 1987 een gemiddeld jaarlijks rendement van ongeveer 7procent, terwijl dat bij de verzekeraars slechts rond 3,5 procent ligt.
Daardoor hebben de spaarders die destijds voor een fonds hebben gekozen nu een fors hoger bedrag op hun pensioenrekening staan dan de verzekeringsspaarders. Pensioenfondsbeleggers van het eerste uur die elk jaar het maximumbedrag hebben gestort, beschikken nu over een pensioenkapitaal van ongeveer 31.000 euro. Wie destijds koos voor een pensioenverzekering en altijd het maximale bedrag stortte, heeft op dit moment een kapitaal van ongeveer 20.000 euro bijeengespaard. Een groot verschil, maar dat geeft uiteraard geen enkele garantie voor de toekomst.
Kosten
Wat betreft de aangerekende instapkosten, ten slotte, rekenen de meeste pensioenfondsen 3procent aan, met uitzondering van een paar buitenbeentjes die slechts 2procent of helemaal geen instapkosten aanrekenen. Bij de pensioenverzekeraars liggen de intredevergoedingen een stuk hoger. De meeste hanteren een maximale instapkost tussen de 5 en de 7procent. Goed om weten is echter dat de intredekosten bij de verzekeraars in principe onderhandelbaar zijn. Vandaar ook dat de verzekeraars het altijd over ‘maximale' instapkosten hebben.