donderdag 30 december 2010

Hoofd- en bijzaak in het pensioendebat : Gebrek aan reserves en lage werkzaamheidsgraad zijn de echte Belgische kwalen

‘Vijf procent extra pensioen voor ambtenaar.’ U kon het vanmorgen lezen als opening van ‘De Standaard’. Een straffe ‘kop’, die mogelijk ook u boos deed grommen over die gulzige ambenaren die de pensioenspaarpot leeglepelen. Let alleen op voor overhaaste conclusies. Er loopt inderdaad het nodige mis met ons pensioensysteem. Maar het afschaffen van de perequatie is zeker geen wonderremedie.

Die perequatie is de tweejaarlijkse aanpassing van de ambtenarenpensioenen aan de evolutie van de weddes van de actieve ambtenaren. Om de zaken meteen in het juiste perspectief te plaatsen: die perequatie is slechts goed voor 1,3 procentpunt van de vijf procent waarvan hierboven sprake is. De rest is indexering. Daarover kan ook een boompje opgezet worden. Maar dat is een ander debat.

Die 1,3 procent geldt ook enkel voor de relatief beperkte groep van de ambtenaren van het Vlaamse gewest. Andere, veel talrijker, groepen, zoals de federale gepensioneerden of de gepensioneerde onderwijsmensen, moeten het veel bescheidener aanpassingen van 0,28 tot 0,36 procent stellen.

Het is ook niet correct om, zoals de krant doet, te suggereren dat er voor de uitkeringen van de private sector helemaal geen soortgelijk systeem bestaat. Dat bestaat wel. Het heeft alleen een andere naam: de welvaartsvastheid. Maar het is nog niet duidelijk hoe die aanpassing er de komende twee jaar zal uitzien. Vakbonden en werkgevers moeten daarover nog afspraken maken in hun nieuwe interprofessionele akkoord. Die welvaartskoppeling is wel veel selectiever dan de perequatie. Ze wordt vooral gebruikt om de laagste pensioenen en andere uitkeringen op te trekken.


Meer
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :