Doorgaan naar hoofdcontent

Successierechten op een groepsverzekering?

Als de verzekerde overlijdt vóór zijn vooropgestelde pensioenleeftijd, zal de verzekeraar overgaan tot de uitkering van een kapitaal aan de aangeduide begunstigde. In hoeverre zijn die uitkeringen onderhevig aan successierechten?

In de regel zijn enkel successierechten verschuldigd op goederen die worden verkregen uit de nalatenschap van de erflater. De zuivere toepassing van dat principe zou ertoe leiden dat er geen successierechten moeten worden betaald op uitkeringen door een verzekeringsmaatschappij naar aanleiding van een overlijden. Het gaat dan immers niet om een verkrijging uit de nalatenschap van de verzekeringnemer, maar om een verkrijging uit een contract. De fiscus heeft echter bedingen ten voordele van derden fiscaal gelijkgesteld met legaten. We zouden -op basis van het voorgaande -kunnen besluiten dat uitkeringen op grond van een groepsverzekering naar aanleiding van het overlijden van de verzekerde bij de nalatenschap worden gevoegd en dat de begun stigde daarop successie rechten zal betalen. Maar zo eenvoudig is het niet. Of en hoeveel successie rechten verschuldigd zijn, hangt afvan de concrete situatie van de overledene: zijn professionele statuut, zijn relatie met de begunstigde en onder welk huwelijksstelsel hij getrouwd was. Kapitalen van een groepsverzekering zijn belastingvrij, op voorwaarde dat er een arbeidsovereenkomst bestaa tussen de werkgever en de werknemer én de uitkering toekomt aan breke daaraan -aan de kinderen die geen 21 jaar zijn. Met andere woorden: kapitalen uitgekeerd aan de erfgenamen van een overleden zelfstandige op grond van een groepsverzekering afgesloten door diens vennootschap zullen aan successierechten onderhevig zijn; uitkeringen van een groepsverzekering ten gunste van een werknemer in de regel niet. Zodra uitgemaakt is of op de uitgekeerde renten of kapitalen successierechten moeten worden betaald, moet nog worden bepaald op welk bedrag dat het geval is. Aangenomen wordt dat bij de uitkering van een geldsom, het nettobedrag van de uitkering -dus na afhouding van de belastingen -moet worden aangegeven. Wordt een lijfrente uitgekeerd, dan is de grondslag gelijk aan de jaarlijkse rente vermenigvuldigd met een coëfficiënt, die afhankelijk is van de leeftijd van de begunstigde. Tot slot dient, voor zover de langstlevende echtgenoot als begunstigde van de polis is aangeduid, de nodige correctie te worden aangebracht indien de overledene was gehuwd onder een gemeenschapsstelsel. In dat geval zal de begunstigde slechts worden belast op de helft van de waarde, aangezien hij of zij wordt geacht voor de helft mee de premies te hebben betaald.

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 euro per maand minder pensioen zullen krijgen? - DeWereldMorgen.be

Steeds verder gaat de federale regering in de afbraak van het wettelijk pensioen, zowel voor de werknemers uit de privé als voor de ambtenaren. De uitstapleeftijd neemt toe en het pensioenbedrag neemt af. Ook de sector onderwijs deelt in de klappen. “Weinig sectoren zijn zo zwaar getroffen door de pensioenhervormingen als het onderwijs. Leerkrachten die aan het begin van hun loopbaan staan, zullen vijf tot acht jaar langer moeten werken en als alle geplande maatregelen uitgevoerd worden, zullen ze maar liefst 400 à 600 euro netto per maand minder pensioen krijgen”. Dat schrijven 25 delegees van zes Vlaamse en Franstalige onderwijsvakbonden in een Opinie/Carte Blanche die o.a. verscheen in “Le Vif” (4 december 2017) en op “De Wereld Morgen” (14 december). Zo begint ook een Petitie tegen de afbraak van het onderwijspensioen. Stemmen de hallucinante cijfers die in de Opinie en in de Petitie vermeld worden, met de werkelijkheid overeen? Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 eu...