dinsdag 12 oktober 2010

De tijd van toen

De ouderenwerkzaamheid geeft weer welk aandeel van de bevolking van 55-64 jaar aan de slag is. We weten dat de ouderenwerkzaamheid met aandelen van 35,3% respectievelijk 35,8% zowel in België als in Vlaanderen veel te laag ligt. Kijken we naar de evolutie in de periode van 1983 tot en met 2009 (figuur 1), dan zien we een soort U-vormig verloop. De ouderenwerkzaamheid lag op 30,4% in 1983, zakte weg naar een absoluut dieptepunt met 21,1% in 1990. Pas vanaf 1999 (23,7%) werd de groei weer ingezet en in 2005 geraakten we met 30,7% ouderenwerkzaamheid eindelijk weer op het niveau van 1983. De oorzaak van de terugval en van het zeer moeizame herstel is bekend. We hebben in de jaren tachtig de vervroegde uittrede gestimuleerd in een poging het arbeidsaanbod van de wat ouderen kunstmatig in te krimpen en zo meer jobs vrij te maken voor jongeren. Dit experiment vloeide voort uit een visie op de arbeidsmarkt als een statisch volume aan ‘beschikbaar werk’ waaraan het arbeidsaanbod moet worden aangepast.

Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :