De overheid heeft ons niet hoeven helpen, zeiden pensioenbestuurders trots na de turbulentste maanden van de kredietcrisis. Banken en verzekeraars moesten eind 2008 met miljarden euro’s belastinggeld op de been worden gehouden, terwijl pensioenfondsen de financiële crisis op eigen kracht leken te doorstaan. Nu zucht de sector onder de naweeën van die crisis.
Bij veertien fondsen is de situatie zo belabberd dat De Nederlandsche Bank (DNB) ze dwingt te korten op de pensioenen. Dit is een maatregel die pensioenfondsen een paar jaar geleden niet voor mogelijk hielden. Begin 2008 lag de dekkingsgraad, de verhouding tussen het vermogen en alle toekomstige verplichtingen, van pensioenfonds nog rond de 140 procent. Voor elke euro aan verplichtingen was 1,40 euro in kas. Aanpassing van de pensioenen aan de inflatie (indexatie) leek geen enkel probleem.
Hoe is het mogelijk dat de pensioensector, die ruim 600 miljard euro onder beheer heeft, in een paar jaar is veranderd van een rijke suikeroom in een arme sloeber?
Dat is vooral te wijten aan de kredietcrisis. Door de beurskrach daalde de waarde van de bezittingen met tientallen procenten. Aan de andere kant stegen de verplichtingen, de optelsom van alle pensioenen die zijn toegezegd, als gevolg van de lage rente. Bij de berekening van de verplichtingen is de rente op een risicoloze lening van groot belang. Hoe lager die rente, hoe hoger de verplichtingen. Het fonds kan immers niet rekenen op een hoge opbrengst die een flinke bodem legt.
De fondsen kregen nog een extra tik door de almaar stijgende levensverwachting. Fondsen houden daar rekening mee, maar krijgen keer op keer een opwaartse bijstelling van de cijfers voor de kiezen. Dit kostte een gemiddeld fonds dit jaar al gauw 4 procent dekkingsgraad.
De ongekende daling van de dekkingsgraden eind 2008 schudde de politiek en de pensioensector wakker. Voor de tweede keer in tien jaar waren de pensioenfonds in zwaar weer terechtgekomen. De eerste keer was in 2002 toen de internetzeepbel barstte. Het was duidelijk: de Nederlandse pensioenspaarpot was een speelbal geworden van de financiële markten.
Minister Donner riep twee commissies in het leven die de structurele zwakheden van de pensioensector boven water moesten krijgen. De commissie-Goudswaard pleitte begin dit jaar voor koppeling van de stijgende levensverwachting aan de pensioenleeftijd. Dat maakt het stelsel robuuster omdat de stijgende levensverwachting de kosten dan niet meer verhoogt.
De commissie onder leiding van ex-ABP-belegger Jean Frijns kwam in januari met de ontnuchterende boodschap dat het pensioen een onzeker bezit is geworden vanwege de sterke afhankelijkheid van het beleggingsrendement. Dat leeft nog niet volgens Frijns. ‘Ik heb de indruk van fondsbestuurders zelf nog niet beseffen hoe kwetsbaar hun fonds is’, zei Frijns bij de presentatie van zijn rapport.
Begin dit jaar waren de dekkingsgraden van veel pensioenfondsen op de vleugels van hogere koers en een hogere rente weer flink hersteld. Pensioenbestuurders lieten weten dat het herstel sneller ging dan in de herstelplannen stond. De paniek was voor niets geweest. De daling van de dekkingsgraden sinds april benadrukt echter opnieuw het fragiele karakter van het stelsel en de noodzaak het steviger te maken. Dat betekent soberder en met minder garanties.