donderdag 26 augustus 2010
De kerk is arm, het pensioenfonds een topper
De rooms-katholieke kerk in Nederland mag dan armlastig zijn en gedwongen tot besparingen, het Pensioenfonds Nederlandse Bisdommen is een van de sterkste in Nederland. Met een dekkingsgraad van 128,2 procent behoort het tot de topvijf van Nederland. En dat terwijl het fonds door de vergrijzing binnen de kerk meer geld uitgeeft dan er binnenkomt.
Voorzitter Martin Frankort van het Pensioenfonds Nederlandse Bisschoppen zegt dat het fonds altijd defensief heeft belegd. ‘Dat betekent niet dat we nooit in aandelen hebben gedaan. Maar dat is nooit een echt belangrijk deel geweest. Daarnaast hebben we ons renterisico voor een groot deel afgedekt.’
Noodzaak
Niels Morpey van de Beroepsvereniging RK Pastores VPW zegt dat behoudend beleggen voor het fonds ook een noodzaak is. ‘Bij een groeifonds als PGGM waar veel jonge verplegers en verzorgers zijn aangesloten, wordt in termijnen van twintig jaar gedacht. Het Pensioenfonds Nederlandse Bisdommen is een rijp fonds dat kijkt op een termijn van hoogstens vijf jaar. Dus je kunt geen gok nemen met aandelen.’
Ook heeft het pensioenfonds nooit middelen onttrokken voor andere doeleinden, zoals bij sommige fondsen het geval is geweest.
Het pensioenfonds is niet groot. In totaal zijn er 3.800 deelnemers: 1.300 actieven, 600 slapers en 1.900 gepensioneerden. Dit betekent dat het merendeel een uitkering krijgt. ‘Tweederde van ons vermogen van 350 miljoen euro is gereserveerd voor uitkeringen’, aldus Frankort.
De lage rente van dit moment laat het fonds niet geheel ongemoeid. De dekkingsgraad is afgenomen, erkent Morpey. ‘Die was een paar jaar geleden 150 tot 160 procent.’ Eind 2009 was de dekkingsgraad nog 135 procent en die is nu teruggelopen tot 128 procent.
Behalve priesters zitten ook de leken en huishoudsters die niet in dienst zijn bij de parochies (maar bij het bisdom) bij dit fonds.
Zelfstandigen
Priesters zijn officieel geen werknemer. Zij worden gezien als zelfstandigen voor wie de bisdommen een zorgplicht hebben. Ze krijgen gratis kost en inwoning en een honorarium maar formeel geen salaris. Wel wordt via het pensioenfonds voor hun oude dag gezorgd.
Omdat priesters veelal blijven doorwerken, krijgen zij tot hun 70ste jaar maar de helft van hun opgebouwde pensioen uitgekeerd. Maar pastoraal werkers en huishoudsters die onder hetzelfde pensioenfonds vallen, krijgen wel het volledig pensioen. In mei 2008 heeft een priester wegens discriminatie hiertegen een zaak aangespannen bij de Commissie Gelijke Behandeling. Die heeft de klacht echter als niet-ontvankelijk verklaard omdat het verschil niet is gelegen in discriminatiegronden van de Wet Gelijke Behandeling: onder meer godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, leeftijd, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat en arbeidsduur. ‘Hierdoor is de Commissie niet bevoegd een oordeel te geven.’
In het reglement van het pensioenfonds staat dat de priester pensioen krijgt in de maand dat hij met emeritaat gaat, terwijl andere werknemers van het bisdom op hun 65ste pensioen ontvangen.
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :