In zowat heel Europa staan de pensioenstelsels op dit moment in de steigers. Heel Europa? Nee, een klein koninkrijk aan de Noordzee blijft koppig weerstand bieden aan die hervormingsdruk. Dat blijkt uit een overzicht van de socialezekerheidsstelsels op het oude continent.
Het rapport is opgesteld door de International Social Security Assocation (ISSA). Het wordt op dit moment besproken op een congres in Warschau waaraan experts en beleidsmensen uit heel Europa deelnemen.
De bedoeling is te onderzoeken hoe de Europese landen hun socialezekerheidsstelsel aanpassen aan de grote uitdagingen van de komende decennia.
De vergrijzing heeft daarvan het meest aandacht gekregen. Tegen 2060 zou die het aandeel van de sociale uitgaven in het bruto binnenlands product van de Europese Unie met 4,7 procentpunten doen stijgen. Daarnaast staan de stelsels ook onder druk door de globalisering en individualisering. Ten slotte heeft de economische crisis nogal wat schema's grondig door elkaar gehaald.
De ISSA-experts focussen op drie deeltakken : pensioenen, kinderbijslag en ziekteverzekering. Eerste vaststelling : bijna alle Europese landen zijn bezig hun pensioenen te hervormen. De zwaargewichten Duitsland en Groot-Brittannië lopen voorop met de door hen geplande verhoging van de pensioenleeftijd. Daarnaast trekken nogal wat landen de loopbaanvereisten om een volledig pensioen te krijgen op. Een alternatieve benadering is het koppelen van de parameters van het stelsel aan de evolutie van de levensverwachting. Ten slotte wordt soms de koppeling tussen de evolutie van de lonen en de pensioenen afgezwakt.
Private pensioenen.
De afgelopen jaren stimuleerden nogal wat landen aanvullende, private pensioenen ter compensatie van de beperkingen van het wettelijk stelsel. Maar de crisis gooide daar roet in het eten. De zware klappen die de op kapitalisatie steunende pensioenfondsen kregen, hebben burgers en regeringen huiverig gemaakt. Dat leidde vaak tot maatregelen om te verhinderen dat tegoeden al te risicovol belegd werden.
Op een paar kleine maatregelen voor de aanvullende pensioenen na schittert België in het overzicht door zijn afwezigheid. Terwijl de meeste landen al volop handelen, studeren wij nog.
Sommigen zeggen dat voor ons wettelijk pensioenstelsel ingrepen nodig zijn, omdat we door de combinatie van onbegrensde bijdragen en beperkte uitkeringen sowieso afstevenen op een vrij mager basispensioen.
Maar het ISSA-rapport leert dat het wel meevalt met die automatische uitholling. Bij ongewijzigd beleid zou de vervangingsratio (de verhouding tussen het pensioen en het vroegere loon) in België tussen 2007 en 2060 licht zakken van 45 naar 43 procent. In de meeste landen zal die daling veel sterker zijn.
Ook de kinderbijslagstelsels en de ziekteverzekering krijgen vaak een groot onderhoud. In het eerste geval gaat het erom een politiek te ontwikkelen die vrouwen tegelijk aanzet om meer kinderen te krijgen en vaker aan het werk te gaan. Ons land wordt hier vermeld voor een aantal initiatieven voor armere en eenoudergezinnen. Daarnaast kan gezegd worden dat we met onze vrij goed uitgebouwde kinderopvang en gulle systemen van tijdskrediet van oudsher op dat vlak niet zo slecht scoren.
Bij de gezondheidszorg gaat het er vooral om kostenbeheersing te combineren met kwaliteitsverbetering. Nogal wat landen trachten dat te bereiken door meer concurrentie in te voeren en meer nadruk te leggen op preventie. Ook moeten de patiënten vaak dieper in eigen zak tasten. Betere opvangnetten, zoals het Belgische Omniosysteem, moeten verhinderen dat de zwakkeren uit de boot vallen.
De sociale zekerheid van de toekomst zal volgens de onderzoekers in elk geval een pak complexer zijn. Instellingen zullen meer individueel maatwerk moeten leveren. Ze zullen ook meer moeten leren samenwerken met elkaar en met private partners.
Live uitzending Congres Warschau.
Het rapport is opgesteld door de International Social Security Assocation (ISSA).