De ‘blauwdruk van het groenboek' over de pensioenen van minister Michel Daerden (en zijn adviseur Michel Jadot, beiden PS) wijkt in stijl en conclusies grondig af van de nota van Frank Vandenbroucke (SP.A). Die laatste pleit voor ‘systeemveranderingen'. De titel van het werkstuk van Jadot luidt Consolider l'avenir des pensions. Dat suggereert om het systeem onveranderd te houden door enkele kleinere ingrepen te doen.
Hoewel het groenboek 300 pagina's omvat, bevat het niet zoveel nieuwe elementen. Dat de pensioenbonussen die langer werken moesten aanmoedigen (DS 1 februari) geen effect hebben, wordt er in vermeld. De diagnose luidt niet ‘dat het systeem niet werkt', maar dat het stelsel ‘nog te weinig bekend is'.
Verder bevat het rapport vooral vragen waarop Michel Jadot al het antwoord heeft gegeven (DS 28 januari): het brugpensioen wordt niet afgeschaft maar afgeremd, misschien moeten werknemers zelf iets meer bijdragen betalen voor hun pensioen (het ABVV nam dit al over), de tweede pijler (aanvullend pensioen) moet worden verplicht, het Zilverfonds moet samensmelten met een reservefonds voor de ziekteverzekering en we moeten drie jaar langer werken, tot 60 of iets later. Dan zouden de meeste problemen van de betaalbaarheid zijn opgelost. Ook al ambiëren de meeste landen om hun inwoners tot hun 67ste aan de slag te houden.
In het groenboek zijn ook cijfers opgenomen over de vervangingsratio voor werknemers: de verhouding tussen het pensioenbedrag en het laatst verdiende loon. Het Mattheus-effect (‘aan hem die heeft, zal gegeven worden') speelt blijkbaar niet in de pensioenen. Wie weinig verdiende, heeft nadien ook een klein pensioen, maar verhoudingsgewijs zit dat nog goed: netto tot 80procent van het laatst verdiende loon (als dat maar twee derde van het gemiddelde loon bedroeg over de gehele loopbaan).
Wie geen toploon maar een ‘beter' loon verdiende (startend bij het gemiddelde loon en eindigend bij het dubbele) krijgt een pensioen van bruto 23 tot 29 procent van het laatste loon, netto 37 tot 47 procent.
De kamerleden die dit rapport nog niet hebben en het wellicht pas volgende maand krijgen (eerst moet de regeringskern het goedkeuren, dan de ministerraad), konden de minister gisteren alleen ondervragen over zijn uitspraak over ‘drie jaar langer werken'. Onder meer Wouter De Vriendt (Groen!), Maggie De Block (Open VLD) en Sonja Becq (CD&V) deden hun best. Maar ze kregen alleen te horen wat ze al wisten. Daerden: ‘Het optrekken van de feitelijke pensioenleeftijd lijkt mij het meest realistische van de drie denksporen die de experts schetsten.'