De tweede pensioenpijler in België heeft in 2009 de rendementsterugval van 2008 (-17,7% nominaal), veroorzaakt door de economische crisis, grotendeels ingehaald. Uit een bevraging bij verschillende pensioenfondsen berekent de Belgische Vereniging van Pensioeninstellingen (BVPI) een nominaal rendement van 16,1 procent voor 2009.
De BVPI heeft de voorlopige resultaten voor 2009 vrijdag voorgesteld. De steekproef werd genomen op basis van 66 pensioenfondsen (instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening). Het nominaal rendement van 16,7 procent is goed voor een reëel rendement, gecorrigeerd voor inflatie, van 15,8 procent.
Op lange termijn, 25 jaar, bedraagt het jaarlijkse rendement 6,83 procent nominaal, of 4,61 procent reëel. Het vermogen van de pensioenfondsen verdriedubbelde in die periode.
Tijdens de voorstelling benadrukte BVPI-voorzitter Philip Neyt het belang van de tweede pensioenpijler, het niet verplicht aanvullend pensioensparen. Afgelopen weekend pleitte de sp.a nog voor een verplichte tweede pijler. 'Ik zie een gunstige positieve evolutie in de democratisering van de tweede pensioenpijler. Ook in vrij grote sectoren zoals de bouw en de zorg en ook bij contractuelen in de publieke sector', aldus Neyt. Maar de beslissing voor zo'n verplichte tweede pensioenpijler ligt volgens Neyt niet bij de politiek maar bij de sociale partners. 'Dit is een collectieve en individuele arbeidsbeslissing.'
Daarnaast benadrukte Neyt het belang van pan-Europese aanvullende pensioeninstellingen. 'We moeten de ambitie hebben om als Belgen hier op Europees niveau een belangrijke rol te spelen.'
De aanvullende pensioenfondsen zijn in Europa volgens Neyt goed voor 3,3 biljoen euro, of een derde van het Europese bnp.