Geert Lambert (Groen!)zei dat één van de ambities die de regering ooit had, naast goed bestuur, een staatshervorming en de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, de grondige aanpak van het Belgische pensioenstelsel was.
In oktober 2008 besliste de regering een pensioenconferentie in te stellen. Vanaf januari 2009 zou die een heel jaar worden voortgezet. Er zou via voorbereidende task forces worden gewerkt. Er werd beslist om drie werkgroepen te belasten met het onderzoek van respectievelijk de modernisering van het wettelijk pensioen, van de aanvullende pensioenen en van het individuele pensioensparen.
Lambert wou weten of de regering nog steeds van plan is om tijdens deze regeerperiode de pensioenstelsels ingrijpend te hervormen: een jaar na de start van de pensioenconferentie zou het stilaan duidelijk mogen zijn welke de krijtlijnen van de hervormingen zullen zijn.
Concreet was de vraag aan Daerden: “Kan de minister mij deze krijtlijnen schetsen? Mochten er, niettegenstaande de hoogdringendheid, nog geen krijtlijnen bekend zijn, kan hij dan de stand van zaken van de pensioenconferentie geven? Wanneer is de conferentie en zijn de werkgroepen voor het laatst bijeengekomen en wanneer is de volgende vergadering gepland? Tegen wanneer zullen de werkzaamheden van de conferentie afgerond zijn? Wanneer verwacht de minister dat de hervormingen effectief zullen worden doorgevoerd?”
We zijn ons al jaren bewust van het probleem van de vergrijzing en van het feit dat onder de opeenvolgende regeringen het probleem onopgelost bleef. […] Als we ons werkelijk over dit probleem willen buigen en het in zijn geheel willen bestuderen, lijkt het me niet goed overhaast te werk te gaan. Dat zou immers kunnen leiden tot puur demagogische en electorale schijnoplossingen. Sinds mijn aantreden heb ik contact opgenomen met de verschillende sociale gesprekspartners en de verschillende vertegenwoordigers van ouderenverenigingen om te proberen de zaak af te ronden.
Tot eind december werden er veel vergaderingen gehouden. De werkzaamheden vorderen goed. Ik hoop van harte in de komende weken een eerste tussentijds verslag bij de regering te kunnen indienen. Dat verslag zal een soort groenboek worden dat hopelijk de goede vragen zal stellen. Over het groenboek zal vervolgens een brede discussie worden gevoerd die, wat mij betreft, in de verenigde commissies van Kamer en Senaat moet aanvangen.
Aan het einde van deze brede discussie hoop ik voor het einde van de eerste helft van 2010 een samenvattend verslag, een witboek, aan de regering te kunnen voorleggen. Dat zal ook dienen als vertrekpunt voor de discussie over het Belgische EU-voorzitterschap in de tweede helft van 2010.