Het seizoen van het pensioensparen is aangebroken. Wie nog voor het einde van het jaar 870 euro op zijn pensioenspaarrekening stort, zal er volgend jaar wellicht een mooi belastingcadeau bovenop krijgen. Maar wist je dat niet iedereen recht heeft op die fiscale bonus? En dat je een pensioenstorting beter in het begin van het jaar doet dan op het einde? Zeven tips.
Tip 5. Spaar verder na je 60ste als je nog voldoende inkomsten hebt om van de belasting- vermindering te genieten
Normaal wordt de taks op het langetermijnsparen ingehouden tijdens het jaar waarin de spaarder zestig jaar wordt. Met het betalen van die belasting heb je meteen ook de finale eindbelasting betaald. Blijf je nadien nog doorsparen – dat kan nog zolang je geen 65 bent – dan geniet je nog wel van het fiscaal voordeel van pensioensparen, maar wordt van het gespaarde kapitaal later geen eindbelasting meer ingehouden.
Dat levert een zeer genereus fiscaal rendement op. Neem bijvoorbeeld het geval van een zestigplusser die dit jaar 870 euro op zijn pensioenspaarrekening stort en die in aanmerking komt voor een belastingvermindering van 348 euro (40 %). Na verrekening van de belastingbesparing bedraagt zijn netto-investering 522 euro. Wordt er gedurende de volgende vier jaar telkens een rendement van 4,5 procent uitbetaald op het spaartegoed, dan groeit het gestorte bedrag van 870 euro aan tot 1.037 euro. In vier jaar tijd is zijn netto-investering daarmee ongeveer verdubbeld. Wel oppassen voor de instapkosten op deze stortingen. Soms liggen die zo hoog (tot meer dan 6%!) dat het rendement voor een groot stuk in de zakken van de bank of verzekeraar verdwijnt. De tijd om de instapkosten terug te verdienen, is na je zestigste immers behoorlijk kort geworden.