Ondernemingspensioenfondsen blijven nog altijd achter bij andere soorten pensioenfondsen als het gaat om duurzaam beleggen. Dit blijkt uit een onderzoek onder 51 pensioenfondsen van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO).
Zo staat het pensioenfonds van Albert Heijn op de 38ste plaats en dat van AkzoNobel op plaats 30. Philips Pensioenfonds komt niet verder dan plaats 18, meldt de vereniging.
Het onderzoek hield het beleggingsbeleid van verschillende ondernemings-, bedrijfstak- en beroepspensioenfondsen tegen het licht. Het best presterende ondernemingsfonds was dat van KPN. Het telecomfonds, met een vermogen van 3,6 miljard euro, eindigde op de achtste plaats in het onderzoek.
Het derde ‘Benchmark verantwoord beleggen door Nederlandse pensioenfondsen' evalueerde 51 pensioenfondsen en werd door VBDO uitgevoerd in samenwerking met onderzoeksbureau Profundo. Gemeten werd op beleid, implementatie en verantwoording.
“Dat ondernemingspensioenfondsen slechter scoren dan bedrijfstakpensioenfondsen en beroepspensioenfondsen is opmerkelijk, gezien het feit dat verscheidene van de betrokken sponsor-ondernemingen beweren aandacht te schenken aan duurzaamheid,” stelt Giuseppe van der Helm, directeur van VBDO.
Van der Helm schrijft het verschil tussen ondernemingsfondsen en andere fondsen deels toe aan “het feit dat ondernemingspensioenfondsen doorgaans kleiner zijn en een minder transparant karakter hebben.”
Volgens hem zouden sponsor-ondernemingen meer pressie moeten uitoefenen op hun pensioenfondsen, om hun betrokkenheid bij duurzame investeringsprojecten op te voeren.
VBDO vond aanwijzingen dat slechts 16 van de 51 onderzochte fondsen een overzicht van hun beleggingen publiceert en bij een meerderheid van hen geldt het beleid met betrekking tot milieu, sociale en governance-factoren (ESG) uitsluitend voor beleggingen in aandelen. De vereniging vindt daarom dat er meer helderheid moet worden geboden over hoe vermogensbeheerders nu precies invulling geven aan verantwoord beleggen.
Van de 51 pensioenfondsen die tegen het licht werden gehouden, blijken er volgens VBDO 34 in het geheel geen publieke discussie te voeren over hun beleggingsbeleid.
Toch vindt de organisatie dat er vergeleken met vorig jaar belangrijke vooruitgang is geboekt ten aanzien van de implementatie van een verantwoord beleggingsbeleid. Tenminste 33 fondsen passen nu een uitsluitingsbeleid toe inzake producenten van controversieel wapentuig, terwijl 27 pensioenfondsen actief in discussie gaan met bedrijven waarin ze beleggen.
Bovendien geven 38 fondsen aan dat men ESG-criteria meeweegt bij het stemmen op aandeelhoudersvergaderingen en 20 fondsen beleggen een klein deel van hun vermogen in duurzame energie, innovaties in schone technologie en microfinanciering.
Hoewel duurzaam beleggen niet wettelijk vereist is, vindt Van der Helm dat het dat het - zowel vanuit financieel als vanuit moreel oogpunt - in het belang van pensioenfondsen is om verantwoord te beleggen. “Investeren in klimaat-gerelateerde doeleinden en schaarse grondstoffen is niet alleen de fiduciaire verantwoordelijkheid van een langetermijnbelegger, maar is als investering in de toekomst van onze kinderen tevens een morele verplichting,” meent hij.
Eerder dit jaar rapporteerde de VBDO dat slechts een derde van 30 onderzochte verzekeraars een beleggingsbeleid voert op ESG-grondslagen.