Het pensioendebat voor ons uitschuiven, zoals Guy Tegenbos lijkt te verwachten (DS van vrijdag), is niet wat wij willen. Stiekem wat kleine hervormingen doorvoeren is ook niet onze keuze. Het debat verengen tot een dialoog tussen sociale partners en regering al evenmin.
De pensioenconferentie is afgesproken in het regeerakkoord. Doel : het pensioenstelsel hervormen en versterken alsook een reflectie op gang brengen.
Pensioen belangt ons allen aan: daarom moeten de door Daerden beloofde analyse en werkpistes het vertrekpunt van het debat vormen, niet het eindpunt. Pensioenmaterie herdenken gebeurt niet op korte termijn. Je moet rekenen vanaf het begin van een loopbaan, niet op 5 jaar voor het pensioen.
Het is begrijpelijk dat de voorbereiding in kleinere groep gebeurt, hoewel we ook daar geprotesteerd hebben omdat de seniorenorganisaties niet vertegenwoordigd waren. Maar het ruimere debat moet in dialoog gebeuren met alle geledingen van onze maatschappij, niet alleen met vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers. Ook senioren, jongeren, vrouwen…moeten deelnemen en hun verantwoordelijkheid opnemen.
Een grondig debat is nodig:
Het risico op armoede voor gepensioneerden is te groot. (37% voor de 75plussers, in hoofdzaak vrouwen) De vervangingsratio ( verhouding pensioen/ laatst verdiende loon) is redelijk voor de laagste inkomens, maar te laag voor de hogere inkomens. We hebben te maken met meer gevarieerde gezinsvormen.
Vergelijken we 1960 met vandaag dan blijkt dat we 4 jaar later beginnen te werken en 5 jaar vroeger stoppen, terwijl we 10 jaar langer leven. 9 jaar minder werken en 10 jaar langer pensioen genieten : dat is niet te verzoenen. Dat verklaart meteen waarom er in 1970 nog twee actieven waren voor één gepensioneerde, en vandaag nog één actieve voor elke gepensioneerde. Tegen 2050 groeit de vergrijzingskost met 4,5% van het BBP voor de pensioenen en 3,4% voor de gezondheidszorg.
De economische crisis heeft de noodzaak voor hervormingen verscherpt. Een pensioendebat zal dus niet louter een goed-nieuws-show zijn. Maar dat mag ons niet beletten het debat open te voeren, of erger nog: het niet te voeren. Integendeel, juist dan is het nodig om een breed draagvlak te zoeken.
Bij CD&V hebben we de laatste maanden hard gewerkt aan de verfijning van ons pensioenplan. Onze leidraad : betaalbaarheid garanderen, zekerheid bieden, vereenvoudigen en harmoniseren. We werkten ook een visie uit rond de financiering van de overheidspensioenen, én voor de vastbenoemden en voor de contractueel aangestelden.
– De wettelijke pensioenpijlers blijven de belangrijkste. Zij bieden immers de beste garantie op een gewaarborgd pensioen (inclusief optrekken van minima) én op onderlinge solidariteit.
- Pensioenen moeten, via de welvaartsvastheid, in relatie staan tot de loonevolutie. Wanneer welvaart wordt gecreëerd moet iedereen daarvan kunnen meegenieten.
- Daarnaast moet de verhouding tussen effectief gewerkte jaren en de hoogte van de bijdragen enerzijds, en het uitkeringsniveau van het pensioen anderzijds versterkt worden. Op die manier kan het maatschappelijk draagvlak voor het wettelijk pensioen hersteld worden.
- We moeten te toegang tot de aanvullende pensioenstelsel democratiseren en verruimen, met bijzondere aandacht voor de transparantie van inkomsten, uitgaven, resultaten en te hoge beheerskosten.
- Laat ons redeneren in loopbaanjaren i.p.v. in leeftijd. De situatie is niet dezelfde voor wie op zijn 18e of op zijn 25e start met werken.
- Een beroepsloopbaan kan meerdere malen onderbroken worden, wegens opleiding, rust of zorg. Dit betekent dat mensen hun loopbaan bewust moeten kunnen plannen op grond van goede informatie. Daarom pleiten wij voor een adequate registratie van loopbaan en pensioen(spaar)gegevens en een duidelijk informatiebeleid over gevolgen voor sociale zekerheid en pensioenen, zowel m.b.t. de wettelijke als m.b.t. de aanvullende pensioenen. Een Carrière-plannings-systeem (CPS) waardoor mensen over de juiste informatie beschikken over de gevolgen van de keuzes die zij tijdens hun loopbaan maken. Een degelijk loopbaanbeleid verkleint het risico op “opbranden” of maakt dat een langere loopbaan meer tot de mogelijkheden behoort. Dit is niet enkel een zaak van wetgeving of werknemer alleen. Gunstige arbeidsomstandigheden creëren, bedrijfsprocessen en interne personeelsprogramma’s aanpassen is ook een verantwoordelijkheid van de werkgevers.
- De diverse pensioenstelsels moeten dichter bij elkaar komen. Een derde van de mensen heeft al een gemengde loopbaan als ambtenaar, zelfstandige of werknemer.
Een beleid op lange termijn belet niet dat ook nu meteen maatregelen kunnen genomen worden, zoals mbt toegelaten arbeid, het aanvullend pensioen voor contractueel overheidspersoneel, de gelijkstelling tussen huwelijk en geregistreerd samenwonen… Zo werd in deze legislatuur ook reeds resultaat behaald met de verhoging van de laagste en oudste pensioenen en de minima voor zelfstandigen. Dat zijn zaken die niet kunnen wachten en op korte termijn realiseerbaar zijn.
Kortom, laten we de discussie samen aanpakken. De toekomst vergt een realistische en vastberaden aanpak. Slechts dan kunnen we de gecreëerde onzekerheid tegengaan.
Sonja Becq woont in Meise, is Kamerlid voor CD&V en OCMW-voorzitster van haar gemeente.