De informatie over kosten bij pensioenregelingen in de vorm van premieovereenkomsten moet duidelijker. Dat zegt de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Deelnemers aan beschikbarepremieregelingen worden door pensioenuitvoerders slecht ingelicht over welk deel van de premie wordt besteed aan pensioenopbouw, aan kosten en aan premies voor risicoverzekeringen, zo constateert de toezichthouder.
Nieuwe deelnemers krijgen van hun uitvoerder een startbrief waarin een duidelijk overzicht van de kosten vermeld moet staan. Uit onderzoek van de AFM blijkt die informatie in meer dan de helft van de gevallen (56%) echter te ontbreken. “Over het algemeen is het zeer slecht gesteld met de kostentransparantie in de startbrief,” stelt de AFM. Ook als er géén kosten in rekening worden gebracht, wordt dat vaak niet vermeld. “Slechts 7% van de onderzochte startbrieven voldeed aan alle wettelijke transparantieverplichtingen,” aldus de AFM.
De hoogte van de kosten loopt sterk uiteen: voor sommige premieovereenkomsten wordt geen cent aan kosten in rekening gevracht, terwijl bij andere regelingen van elke ingelegde euro 35 cent wordt inhouden aan kosten. Er gaat tevens gemiddeld 5 cent op aan risicopremies ter afdekking van overlijdensrisico en arbeidsongeschiktheidsrisico. Bij premieregelingen aan het hoge einde van het kostenspectrum komt dus slechts 60% van de inleg daadwerkelijk in de pensioenspaarpot terecht.
Oneigenlijke solidariteit
Ook als er geen kosten worden aangerekend, is dat niet onverdeeld positief, zo merkt de toezichthouder op: “In de aanvullende pensioen(spaar)regelingen worden vaak geen kosten gerekend terwijl hier wel kosten worden gemaakt (deze komen dan voor rekening van de basisregeling). Dit heeft tot gevolg dat de deelnemers in de basisregeling de deelnemers in de aanvullende regeling subsidiëren. Vooral bij excedentregelingen is de vraag of dit een wenselijke vorm van solidariteit is waarbij een grote groep lager betaalde deelnemers premie betaalt voor een relatief kleine groep hoger gesalarieerde deelnemers.”
In dergelijke gevallen draaien lager betaalden op voor de kosten van het pensioen van meerverdieners.
Deze vorm van oneigenlijke solidariteit komt met name voor bij ondernemingspensioenfondsen: zij voeren het overgrote merendeel van de onderzochte excedent- / aanvullende regelingen uit.
Er zijn 175 pensioenuitvoerders die beschikbarepremieregelingen aanbieden. De AFM heeft voor dit onderzoek bij een kwart van hen - 43 pensioenuitvoerders - de startbrieven onderzocht, die betrekking hadden op in totaal 57 regelingen.
Naar aanleiding van het onderzoek adviseert de AFM pensioenuitvoerders om de kosten in een duidelijk overzicht op te nemen, zodat deelnemers in één oogopslag zien welke kosten er in rekening worden gebracht. Het is dan voor de deelnemer ook duidelijk wanneer er geen kosten worden ingehouden op de premie.