Doorgaan naar hoofdcontent

Pensioenspaarfondsen herstellen sneller dan beurs


Defensieve pensioenspaarfondsen zitten nog amper 4 à 5 procent van hun hoogste peil ooit. Ze presteren daarmee een stuk beter dan de beursindexen.

Dat alles blijkt uit eigen berekeningen over de prestaties van de pensioenspaarfondsen sinds begin dit jaar. De resultaten zijn erg uiteenlopend, van net geen 10 procent rendement voor het defensieve fonds van Dexia tot meer dan 22 procent voor het dynamische fonds van Fortis.

Vanwaar het verschil?

De defensieve pensioenspaarfondsen, die meer in vastrentende waarden beleggen en minder in aandelen, vielen in 2008 minder fel terug en moesten dit jaar dan ook minder verloren terrein goedmaken. En dat deden ze met brio. Ze klommen de voorbije acht maanden tussen 10 en ruim 13 procent hoger en hebben nog een klim van 4 tot 5 procent voor de boeg om opnieuw hun hoogste peil ooit te halen.

Vergeleken daarmee doen de uitgesproken dynamische fondsen, die veel meer in aandelen beleggen, het minder goed. Zij klommen sinds begin dit jaar weliswaar gemiddeld al meer dan 20 procent, met het Fortis growth-fonds als uitschieter met een rendement van 22,24 procent. Maar omdat zij in 2008 gemiddeld meer dan een kwart van hun waarde verloren en ook in 2007 al fors bergaf gleden, blijft de weg naar volledig herstel lang.

Het ergst is het gesteld met het Argenta-pensioenfonds. Dat moet nog 37 procent klimmen voor het piekniveau van 2007 weer bereikt wordt. Maar ook het Metropolitan fonds, het Accent Pension Fund en de dynamische fondsen van Dexia en Fortis hebben nog een klim van meer dan 30 procent voor de boeg.

Op het eerste gezicht zijn de dynamische fondsen er dus veel erger aan toe, maar tegelijk kunnen sommige onder hen over de jongste vijf jaar met gemiddelde rendementen uitpakken van meer dan 4 procent, hoewel dat uiteraard niet meer is dan een spaarboekje. Maar dan hebben we geen rekening gehouden met het fiscale voordeel van het pensioensparen.

Het fonds van Argenta bijvoorbeeld, dat tot de meest dynamische op de markt wordt gerekend, is met een gemiddeld rendement van 4,2 procent op één na het beste voor die periode van vijf jaar. Maar op een periode van drie jaar is het Argenta-fonds met een gemiddeld verlies van 5,7 procent per jaar dan weer het op één na slechtste fonds.

Hieruit blijkt duidelijk de veel grotere volatiliteit van dynamische fondsen. Hun koers gaat veel meer op en neer, maar zij halen normaal op langere termijn wel de beste rendementen. Voor wie dicht bij zijn pensioen staat, houden ze echter uiteraard meer risico in.

Het Top Pension Fund van Record bank haalt sinds einde 2004 een gemiddeld jaarrendement van 5,18 procent, en is daarmee voor die periode het beste op de markt. Dat hoewel het fonds dit jaar duidelijk achterop bleef met een groei van 12,4 procent. Maar het fonds paste zich vorig jaar snel aan en kon het verlies daardoor beperken.

Hoewel ze in 2008 slechts een kwart tot een derde van hun waarde verloren, terwijl de belangrijkste beursindexen ruim gehalveerd werden, hebben de meeste dynamische fondsen snel gereageerd op het veranderde beursklimaat en pikken ze nu zowat 80 procent van de beurshausse mee.

De Stoxx 600 van de belangrijkste Europese aandelen klom dit jaar al 26 procent, de Bel20 zelfs 32 procent. Maar tot hun piekniveau hebben beide indexen respectievelijk nog 60 en ruim 88 procent te gaan. Wie de jongste vijf jaar in een fonds belegde dat de Bel20-index getrouw volgde, kijkt nu tegen een gemiddeld jaarverlies aan van 2,46 procent. Wie koos voor de Stoxx 600 heeft een winst van 0,12 procent per jaar. De meeste fondsbeheerders lijken het er dus behoorlijk vanaf te brengen.

2311DS1-DS-FON

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Gemiddelde pensioenleeftijd blijft steken op 63 jaar

De werkelijke gemiddelde pensioenleeftijd van de Belgen blijft liggen op 63 jaar en bijna 4 maanden, ondanks de ambities van de overheid om de Belg langer te laten werken. Dat stelt het hr-dienstenbedrijf Acerta op basis van gegevens van 260.000 werknemers. 'De cijfers tonen aan dat de Belg met vervroegd pensioen blijft gaa n zodra het kan. Om de reële pensioenleeftijd op te trekken kunnen bedrijven nog meer inzetten op landingsbanen en werkbaar en wendbaar werk', klinkt het. Vervolg