In een onlangs uitgegeven white paper heeft Atos Consulting de belangrijkste trends in de pensioenmarkt in kaart gebracht. In vier toekomstscenario's wordt vervolgens beschreven hoe het pensioenstelsel er in 2020 uit kan zien. Elk scenario vereist een andere strategie en rol van pensioenfondsen en pensioenverzekeraars.
Het document laat zien dat de Nederlandse pensioenmarkt in de komende jaren radicaal zal veranderen. Om het pensioenstelsel betaalbaar te houden én een antwoord te geven op de roep om transparantie, efficiency en de wijze waarop de pensioenopbouw en oudedagvoorziening gestalte moeten krijgen, zullen aanbieders hun koers moeten wijzigen. De consolidatietrend zal de komende jaren verder doorzetten en ook de mate van individualisering van de consument en de mate van overheidsingrijpen zijn zaken waar serieus bij stilgestaan moet worden.
De vier toekomstscenario's van Atos:
Scenario 1: Verplichte pensioentoezegging
In dit scenario eisen burgers steeds meer zeggenschap over hoe zij hun pensioen opbouwen. Er is een groeiend pensioenbewustzijn, terwijl de solidariteit tussen generaties afneemt. De AOW wordt omgevormd tot een versoberde regeling. De overheid voorziet in een bestaansminimum op de oude dag op voorwaarde dat elke werknemer zijn eigen pensioen opbouwt. Hierbij stort de werkgever een verplicht percentage van het salaris in een externe pensioenregeling. Elke werknemer is vrij om te kiezen bij welk pensioenfonds of pensioenverzekeraar hij zich aansluit. Voor pensioenfondsen is het dan ook belangrijk te investeren in een vertrouwensrelatie met werkgevers en werknemers. De pensioenleeftijd is 67 jaar. Pensioengerechtigden kunnen kiezen voor een vast bedrag per maand of een gedeeltelijke uitkering in natura, zoals voorzieningen op het gebied van wonen en zorg. Uitvoeringsorganisaties krijgen te maken met steeds meer klanten en regelingen die ze zo kosteneffectief mogelijk moeten uitvoeren.
Scenario 2: Optimale individuele keuzevrijheid
In dit scenario wordt de pensioenmarkt gedomineerd door vrije marktwerking. De overheid ziet voor zichzelf geen rol meer in de oudedagvoorziening. De AOW wordt afgeschaft en er geldt geen verplichting voorzieningen voor de oude dag te treffen. Dit wordt volledig overgelaten aan de individuele verantwoordelijkheid van de burger, bijvoorbeeld door een deel van het inkomen te sparen of te beleggen, al dan niet in combinatie met een levensverzekering of bankspaarproduct. Pensioen wordt een belangrijke arbeidsvoorwaarde en aangeboden als onderdeel van een totaalpakket van financiële producten. Dit aanbod wordt volledig afgestemd op de behoefte en leefomstandigheden van de consument. De pensioenleeftijd wordt losgelaten en is indirect afhankelijk van het opgebouwde vermogen. Burgers kunnen blijven doorwerken zolang zij kunnen. Sommige consumenten kiezen ervoor een nieuwe vorm van collectiviteit te creëren met gelijkgestemden en groeperen zich in 'communities'. Transparantie, gemak en lage kosten zijn de belangrijkste argumenten om een regeling bij een pensioenfonds onder te brengen.
Scenario 3: Staatspensioen
In dit scenario drukt de overheid een grote stempel op de sociale voorzieningen en verschuift de Nederlandse verzorgingstaat richting het Scandinavische model. Dit wordt gekenmerkt door een sterke inkomensnivellering en hoge arbeidsparticipatie, waarbij het mannelijke kostwinnersmodel geheel vervangen wordt door het tweeverdienermodel. De AOW ruimt het veld voor een staatspensioen. De Staat stimuleert arbeidsdeelname om het pensioen betaalbaar te houden. Elke Nederlander bouwt daarnaast verplicht pensioen op naar verhouding van het aantal jaren dat hij in een bepaalde sector werkzaam is geweest. De overheid tolereert een kleine additionele individuele opbouw waaraan door fiscale regels een maximum wordt gesteld. De pensioengerechtigde leeftijd stijgt mee met de gemiddelde levensverwachting en is afhankelijk van de beroepssector.
Scenario 4: Gemoderniseerde tweede pijler
In dit scenario stelt de consument hoge eisen aan kwaliteit en transparantie. De AOW verdwijnt omdat de overheid dit niet meer kan financieren. De wet- en regelgeving zijn erop gericht randvoorwaarden te scheppen waarbinnen de burger zelf de sociale voorzieningen kan regelen. Burgers sparen collectief voor een beschikbare premie die voor deelnemers die in een bepaald jaar met pensioen gaan gelijk is. Naast een uitkering in geld zijn nieuwe vormen van in natura uitkeringen sterk in opkomst, zoals diensten in de vorm van zorg, wonen, communicatie en mobiliteit. Deze regelingen worden door werkgevers aangeboden, daarmee wordt de pensioenregeling één van de belangrijkste arbeidsvoorwaarden. Pensioenfondsen zijn steeds meer gedwongen in te spelen op de behoeften van deelnemers in de markt. Zij breiden hun pakketten uit met in natura uitkeringen en werken hierbij samen met andere partijen, zoals zorginstellingen of woningcorporaties.
AC_WP_SP_pensioenmarkt2020[1]