Pensioenfondsen en toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) zijn het niet eens geworden over het beleggingsrendement dat de fondsen mogen hanteren bij de berekening van hun premie. Dat blijkt uit het verdeelde advies van de commissie onder voorzitterschap van Henk Don, hoogleraar economie en voormalig directeur van het Centraal Planbureau (CPB).
De toezichthouders (DNB en CPB) konden het in de commissie niet eens worden met de vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers. De toezichthouders willen dat de pensioenfondsen de rendementen op aandelen pessimistischer inschatten dan de pensioensector wil. Werkgevers en vakbonden waarschuwen dat het hanteren van lagere rendementsverwachtingen leidt tot een forse stijging van de pensioenpremies of lagere pensioenen.
Omdat het aantal premiebetalers daalt en pensioenfondsen samen een vermogen hebben van circa 600 miljard euro wordt het rendement steeds belangrijker. Het verhogen van de premie zet steeds minder zoden aan de dijk. Toezichthouders willen het aandelenrendement verlagen met 1,5 procentpunt naar 6 procent. Een procent rendement staat gelijk aan ongeveer 5 miljard euro. Dat is ongeveer een kwart van het bedrag dat jaarlijks aan premies binnenkomt.
Werkgevers en vakbonden zijn teleurgesteld over het verdeelde advies. Ondernemersclub VNO NCW en de bonden willen dat minister Donner van Sociale Zaken een nieuwe commissie instelt die zich buigt over de rendementen. Ze vinden dat Don en de toezichthouders zich baseren op ‘wankele wetenschappelijke basis’. Bonden en werkgevers hebben gekeken naar de rendementen op aandelen sinds 1900.