Doorgaan naar hoofdcontent

NL : Pensioenfondsen doen het ook niet goed

De beleggingsresultaten van de grootste Nederlandse pensioenfondsen bleven vorig jaar achter bij de index. Dit ondanks het feit dat zij de ‘beste’ vermogensbeheerders voor het uitkiezen hebben. Van tevoren winnaars selecteren blijkt erg moeilijk.

Nederlandse pensioenfondsen hebben vorig jaar slechter gepresteerd dan de voor hen relevante beursindex. Dat concludeert NRC Handelsblad uit een analyse van meer dan dertig van de grootste Nederlandse pensioenfondsen.

Veel pensioenfondsen bleven 1 à 2 procent achter bij de index. Soms meer. Het ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland, moest 5 procent prijsgeven. Het Shell pensioenfonds maar liefst 17 procent. De slechte beleggingsresultaten heeft de pensioenfondsen vorig jaar zo’n 16 miljard euro gekost. Dit komt overeen met twee jaar pensioenpremies van alle Nederlandse werknemers.

Een overvloed aan keuze

De meeste pensioenfondsen laten hun geld beleggen door externe vermogensbeheerders. Vanwege de grote sommen geld die zij beheren, hebben de pensioenfondsen toegang tot een enorm aantal vermogensbeheerders in binnen- en buitenland. Vermogensbeheerders willen maar al te graag een graantje meepikken van de rijk gevulde Nederlandse pensioenpot. Ze staan in de rij.

Dit enorme aanbod van professionele geldbeheerders brengt echter een probleem met zich: hoe scheidt je het kaf van het koren?

Iedereen weet immers dat de meeste vermogensbeheerders hun geld niet waard zijn. Een paar wel, maar wie? Om de krenten uit de pap te halen, schakelen pensioenfondsen allerhande adviseurs, consultants en andere beleggingsdeskundigen in. Tegenwoordig gaan veel pensioenfondsen nog een stap verder. Zij besteden het hele beleggingsproces aan één partij uit.

Die partij selecteert niet alleen de vermogensbeheerders, maar verzorgt ook allerlei operationele zaken, het risicomanagement, rapportage etc… Dit heet fiduciair beheer. En wordt aangeboden door gerenommeerde financiële instellingen, waaronder de twee grootste Nederlandse pensioenfondsen ABP en PGGM en de bank Goldman Sachs.

Ondanks het inschakelen van zo veel deskundigheid hebben de pensioenfondsen nog steeds de grootste moeite om de index te verslaan. De prestaties waren zeker vorig jaar onder de maat.

Maar bij veel pensioenfondsen zijn de langetermijnresultaten niet of nauwelijks beter. Dit zegt veel over de toegevoegde waarde van de zorgvuldig gekozen vermogensbeheerders. Maar ook over het vermogen van de pensioenfondsen en de door hen ingehuurde deskundigen om de ‘beste’ beheerders te selecteren.

Multi-managerfondsen

Er zijn ook banken die hun particuliere klanten toegang proberen te geven tot de ‘beste’ vermogensbeheerders ter wereld. Dat doen zij via zogenoemde multi-managerfondsen. Dat zijn beleggingsfondsen die hun geld laten beheren door een aantal zorgvuldig geselecteerde (externe) vermogensbeheerders.

In feite gebeurt daar precies hetzelfde als bij de pensioenfondsen: zoeken naar de crème de la crème. Maar ook bij deze multi-managerfondsen zijn de resultaten teleurstellend. Zo erg zelfs dat veel van deze fondsen inmiddels weer zijn opgedoekt. Zie mijn column van 27 april. Ook banken slagen er dus niet in de sterren te selecteren.

En de particuliere belegger?

Particuliere beleggers hebben toegang tot veel minder vermogensbeheerders dan pensioenfondsen en banken. Bij de meeste banken mag de particuliere belegger kiezen uit de huisfondsen van de bank, eventueel aangevuld met een beperkt aantal fondsen van andere aanbieders. Hoewel er tegenwoordig ook (kleinere) banken en vermogensbeheerders zijn die een ruimere keuze aanbieden.

Het aanbod voor de particuliere belegger is echter veel beperkter dan voor de professionele belegger. Hoe waarschijnlijk is het dan dat er een echt goede beheerder tussen zit? In ieder geval kleiner dan bij de pensioenfondsen. En als er al een ster bij zit, hoe moet de particuliere die dan van tevoren identificeren, gegeven dat professionele partijen met al hun kennis en ervaring er al zo’n moeite mee hebben?

Uit onderzoek weten we dat ook particuliere beleggers achter de sterren van gisteren aanjagen. Men belegt in de fondsen die de afgelopen één, drie of vijf jaar goed hebben gepresteerd. Zelden zijn dat de winnaars van morgen.

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 euro per maand minder pensioen zullen krijgen? - DeWereldMorgen.be

Steeds verder gaat de federale regering in de afbraak van het wettelijk pensioen, zowel voor de werknemers uit de privé als voor de ambtenaren. De uitstapleeftijd neemt toe en het pensioenbedrag neemt af. Ook de sector onderwijs deelt in de klappen. “Weinig sectoren zijn zo zwaar getroffen door de pensioenhervormingen als het onderwijs. Leerkrachten die aan het begin van hun loopbaan staan, zullen vijf tot acht jaar langer moeten werken en als alle geplande maatregelen uitgevoerd worden, zullen ze maar liefst 400 à 600 euro netto per maand minder pensioen krijgen”. Dat schrijven 25 delegees van zes Vlaamse en Franstalige onderwijsvakbonden in een Opinie/Carte Blanche die o.a. verscheen in “Le Vif” (4 december 2017) en op “De Wereld Morgen” (14 december). Zo begint ook een Petitie tegen de afbraak van het onderwijspensioen. Stemmen de hallucinante cijfers die in de Opinie en in de Petitie vermeld worden, met de werkelijkheid overeen? Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 eu...