dinsdag 30 september 2008

Tweede pijler tekent voor 15 procent totaal pensioenbedrag

Een gepensioneerde werknemer kreeg in 2004 gemiddeld een wettelijk pensioen van 925 euro en een aanvullend bedrijfspensioen van 171 euro. De zogenaamde tweede pijler is dus goed voor 15 procent van het totale pensioenbedrag. Achter dat gemiddelde gaan wel enorme verschillen schuil. Zo worden vrouwen veel kariger bedeeld dan mannen.

De cijfers zijn afkomstig van de Leuvense professor sociologie Jos Berghman. Samen met zijn medewerkers is hij al een tijd bezig om de Belgische gepensioneerden in kaart te brengen. Dat gebeurt in opdracht van de federale overheidsdienst Sociale Zekerheid. Ze kunnen daarbij gebruikmaken van het nieuwe Pensioenkadaster.

De onderzoekers brachten eerder al de wettelijke pensioenen - de eerste pijler - in kaart. Daaruit bleek hoe groot de verschillen in pensioenbedrag tussen ambtenaren, werknemers en zelfstandigen zijn. Het huidige onderzoek bekijkt in welke mate werknemers dat wettelijke pensioen kunnen aanvullen met een bedrijfspensioen, de zogenaamde tweede pijler. De derde pijler op basis van individueel pensioensparen blijft buiten beeld.

In 2004 kon 31 procent van alle gepensioneerde werknemers aanspraak maken op een aanvullend bedrijfspensioen. Dat bedroeg gemiddeld 548 euro op maandbasis. Om dat bedrag te krijgen, werden de als kapitaal uitgekeerde bedragen omgezet in een fictieve rente. Als we ook de gepensioneerden meetellen die geen aanvullend pensioen krijgen, zakt het gemiddelde bedrag van de tweedepijleruitkeringen tot 171 euro.

Achter die gemiddeldes gaan grote verschillen schuil. De tweede pijler blijkt de ongelijkheden in de eerste pijler nog te versterken. Hoe hoger het wettelijk rustpensioen, hoe groter de kans dat een gepensioneerde werknemer ook een tweedepijlerpensioen krijgt. Pas vanaf 1.000 euro stijgt die kans boven 20 procent. Voor de groep met de allerhoogste rustpensioenen (plus 1.500 euro) neemt ze opvallend genoeg weer af. Vermoedelijk doet die groep een beroep op andere systemen om het inkomen op peil te houden.

Ook de omvang van het aanvullende pensioen kent een direct verband met het wettelijk pensioen. Terwijl voor alle gepensioneerde werknemers het gecumuleerde eerste- en tweedepijlerpensioen 1.096 euro per maand bedraagt, stijgt dat bedrag tot 1.864 euro voor die groep die effectief geniet van een aanvullend pensioen in de tweede pijler.

Slachtoffer

Vooral vrouwen zijn het slachtoffer van die ongelijkheid. Terwijl 42 procent van de mannelijke gepensioneerden recht heeft op een aanvullend pensioen, is dat bij de vrouwen slechts 15 procent. Het gemiddelde bedrag dat zij krijgen in de tweede pijler ligt ook veel lager: 281 euro tegenover 608 euro bij de mannen.

Het onderzoek heeft betrekking op gegevens uit 2004. Toen trad de nieuwe Wet op de Aanvullende Pensioenen (WAP) in werking. Die tracht de toegang tot het stelsel te democratiseren. Het Pensioenkadaster biedt nog geen antwoord op de vraag in welke mate dat gelukt is. Gegevens van de financiële sector leren wel dat steeds meer arbeiders recht krijgen op een aanvullend (sector)pensioen. Maar de daarmee opzijgezette bedragen zijn nog erg laag. De onderzoekers willen ook meer gedetailleerd de invloed van de gezinstoestand op het pensioen bestuderen.
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :