Doorgaan naar hoofdcontent

Niet minder pensioen voor honderdjarige ambtenaren

Het gemiddelde pensioen van 960 ambtenaren van honderd jaar en meer ligt niet lager dan dat van hun jongere collega's.

Het gemiddelde pensioen van de gepensioneerde ambtenaren van 100 jaar en meer ligt niet lager dan dat van de jonger-gepensioneerde collega's. Dat is te berekenen uit de statistieken van de PDOS, de dienst die de ambtenarenpensioenen uitbetaalt.

Er zijn 960 honderdjarigen onder de bijna 400.000 gepensioneerde ambtenaren. Ze hebben gemiddeld een pensioen van 1.600 tot 1.700 euro. En dat verschilt niet wezenlijk van het gemiddelde bedrag van wie geboren is na 1908, in 1920 of 1930 of 1940. Voor alle leeftijden schommelt het tussen die bedragen. Enkel voor de ambtenaren die de jongste jaren met pensioen gegaan zijn (geboren rond 1943) ligt het gemiddelde pensioen iets hoger: 1.900 euro ongeveer. Voor wie later geboren is en dus te vroeg met pensioen is gegaan, ligt het lager.

In het pensioenstelsel van de werknemers is dat helemaal niet zo. Daar geldt: hoe ouder de gepensioneerde, hoe lager zijn pensioen.

Zo heeft een man met een rustpensioen als werknemer dat is ingegaan in 2007, gemiddeld 1.097euro per jaar; als het is ingegaan in 1997 is het gemiddelde 898 euro; is het ingegaan in 1987, bedraagt het gemiddelde maar 776 euro, en is het pensioen ingegaan in 1982, dan bedraagt het gemiddelde amper 596 euro.

De pensioenen van de ambtenaren zijn dus niet alleen hoger dan die van de werknemers, ze evolueren ook positiever: ze zijn 'welvaartsvast'. Ze stijgen mee met de salarissen van de actieven. Dat gebeurt via een mechanisme dat perequatie heet.

Zo'n mechanisme om de pensioenen van de werknemers te koppelen aan de lonen van de actieven, bestaat niet. En dus degraderen die pensioenen geleidelijk. Hoe ouder de gepensioneerde, hoe lager het pensioen.

Sinds kort geeft de overheid af en toe wel een kleine verhoging (2procent) aan de oudste pensioenen.

pensioendienst voor de overheidssector

rijksdienst voor pensioenen

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 euro per maand minder pensioen zullen krijgen? - DeWereldMorgen.be

Steeds verder gaat de federale regering in de afbraak van het wettelijk pensioen, zowel voor de werknemers uit de privé als voor de ambtenaren. De uitstapleeftijd neemt toe en het pensioenbedrag neemt af. Ook de sector onderwijs deelt in de klappen. “Weinig sectoren zijn zo zwaar getroffen door de pensioenhervormingen als het onderwijs. Leerkrachten die aan het begin van hun loopbaan staan, zullen vijf tot acht jaar langer moeten werken en als alle geplande maatregelen uitgevoerd worden, zullen ze maar liefst 400 à 600 euro netto per maand minder pensioen krijgen”. Dat schrijven 25 delegees van zes Vlaamse en Franstalige onderwijsvakbonden in een Opinie/Carte Blanche die o.a. verscheen in “Le Vif” (4 december 2017) en op “De Wereld Morgen” (14 december). Zo begint ook een Petitie tegen de afbraak van het onderwijspensioen. Stemmen de hallucinante cijfers die in de Opinie en in de Petitie vermeld worden, met de werkelijkheid overeen? Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 eu...