Pensioensparen is een fiscaalvriendelijke manier om een pensioenkapitaal op te bouwen. Ook een hypothecaire lening is fiscaal aftrekbaar. De jongste tijd worden heel wat schuldsaldoverzekeringen ingebracht in het kader van pensioensparen. De premie wordt daardoor fiscaal aftrekbaar naast de korf 'enige eigen woning'. Is er bij zulke 'onechte' pensioenspaarcontracten ook een taxatie in het vijfde jaar voor de einddatum? Wordt er een eindbelasting op geheven?
Leent u voor uw eigen en enige woning, dan komen de kapitaalaflossingen, intresten en premies van de schuldsaldoverzekering in aanmerking voor de aftrek voor de enige woning (woonbonus). De aftrek is voor betalingen in 2008 beperkt tot 2.650 euro per kredietnemer. Dat grensbedrag wordt bij een doorsnee lening al bereikt met kapitaalaflossingen en intresten alleen. Daarom wordt de schuldsaldoverzekering ofwel niet ingebracht (geen aangifte, geen eindbelasting) ofwel ingebracht als pensioensparen.
Pensioensparen
Pensioensparen kan in 2008 tot maximaal 830 euro per jaar en is cumuleerbaar met de woonbonus. Het andere fiscaal voordelige sparen, het langetermijnsparen, is dat niet. Hoewel pensioensparen bedoeld is om bij pensionering over een aanvullend pensioen te beschikken, belet de fiscale wet niet dat ook pure overlijdensverzekeringen (zoals schuldsaldoverzekeringen) worden gesloten onder pensioensparen. U moet wel de wettelijke voorwaarden vervullen. Zo moeten er minstens vijf jaarstortingen gebeuren. Een verzekering met eenmalige premie is dus uitgesloten. Evenmin is het mogelijk om in één jaar betalingen te doen voor meerdere (pensioen-) spaarformules. De periodieke premies van een 'pensioenspaarschuldsaldoverzekering' blokkeren dus (tijdelijk) het eigenlijke pensioensparen. Een schuldsaldoverzekering onder pensioensparen is daarom alleen aan te raden als u fiscaal het onderste uit de kan wilt halen, nog niet aan pensioensparen doet en het de eerste jaren evenmin van plan bent.
Eindbelasting
Dan is er nog de eindbelasting. Als de verzekerde van de schuldsaldoverzekering overlijdt, wordt een overlijdenskapitaal uitbetaald. Het overlijdenskapitaal van een schuldsaldoverzekering gesloten onder het fiscale stelsel van de woonbonus of het langetermijnsparen, wordt bij uitbetaling belast volgens het systeem van de fictieve omzettingsrente. De begunstigde van de polis geeft een fractie van het kapitaal (1 tot 5 procent) aan gedurende 10 of 13 jaar en betaalt er belasting op tegen het normale belastingtarief. De belasting wordt als het ware uitgesteld en gespreid over de tijd. Op die manier beschikt de kredietgever over zo goed als het volledige verzekerde bedrag als dekking van de lening. De belastingfactuur voor de 'begunstigde' volgt later.
Pensioensparen kent dat systeem niet. Het overlijdenskapitaal van een schuldsaldoverzekering gesloten onder pensioensparen, wordt bij uitbetaling eenmalig belast tegen een afzonderlijk tarief van 10 procent. Die belasting wordt als voorheffing ingehouden. Nadien moet het kapitaal voor de berekening van de aanvullende gemeentebelasting nog in de aangifte worden opgenomen.
Als de verzekerde van de polis niet overlijdt, dan is er bij gebrek aan uitgekeerd kapitaal uiteraard geen sprake van belastingheffing. De meeste schuldsaldoverzekeringen kennen daarom geen eindbelasting.
Taks
De taks op het langetermijnsparen, waarop u in uw vraag zinspeelt, is evenmin van toepassing. Die anticiperende taks wordt in principe toegepast wanneer de pensioenspaarder de leeftijd van 60 jaar bereikt. De taks heeft een bevrijdend karakter waardoor bij pensionering vijf jaar later, op 65 jaar, geen belasting meer verschuldigd is. De wetgever maakt echter een uitzondering voor levensverzekeringen die een lening waarborgen of voor zuivere overlijdensverzekeringen. Een schuldsaldoverzekering wordt dus nooit onderworpen aan de anticiperende taks op 60 jaar.
10 procent
Het overlijdenskapitaal van een schuldsaldoverzekering, gesloten onder pensioensparen als waarborg van een lening voor de eigen en enige woning, wordt enkel belast bij uitkering van het overlijdenskapitaal bij het overlijden van de verzekerde tegen een belastingtarief van 10 procent, te verhogen met de gemeentebelasting.