donderdag 25 oktober 2007

Vergrijzing is meer dan pensioenen

Volgens Wouter De Vriendt is de enige juiste invalshoek in het pensioendebat: bestaansonzekerheid tegengaan. 'Alleen mensen met hoge inkomens hebben een goed pensioen, een groepsverzekering, én geld om aan pensioensparen te doen.

Het pensioendebat laait opnieuw op, met de viering van veertig jaar werknemerspensioen en twintig jaar Rijksdienst voor Pensioenen. Vandaag wordt in de pensioentoren een Internationaal Colloquium rond de betaalbaarheid van pensioenen georganiseerd. De Standaard publiceert sinds enkele dagen een pensioendossier. En Gabriël Perl, administrateur-generaal van de Rijksdienst voor Pensioenen, bond vorige week de kat de bel aan: 'België mist een strategische visie op pensioenen.' Als kritiek op het Generatiepact kan dat tellen.

De oproep van Perl aan sociale partners en politici voor een Pensioenpact is hoognodig. Hij wijst terecht op de traditie van sociaal overleg. Dat debat moeten we voeren zonder taboes, maar ook zonder sociale afbraak. Verschillende rapporten wijzen op een afbrokkeling van de sociale bescherming in België. Sommigen lijken zich hierbij neer te leggen. Maar met één op de zeven Belgen die arm is, met een leefloon en sommige uitkeringen onder de armoedegrens, is duidelijk dat het keren van deze trend een belangrijke beleidsuitdaging moet blijven.

De hoogte van de wettelijke pensioenen is een probleem. Door gebrek aan welvaartsvastheid erodeerde het stelsel. De regering stimuleerde een verschuiving naar de aanvullende pensioenen, de facto een sluipende privatisering. De recente inhaalbeweging voor de laagste pensioenen is nog onvoldoende. Bovendien moeten we ook oog hebben voor de groeiende kloof tussen het laatste loon en de beperkte hoogte van gemiddelde en hogere pensioenen. Een verdere inhaalbeweging voor de hele wettelijke pijler is nodig, maar niet evident in tijden van vergrijzing. Dat vraagt budgettaire keuzes.

Zestig jaar na het sociaal pact moeten we de financieringsbasis van de sociale zekerheid durven te verbreden. Ook inkomens uit vermogen - die de afgelopen zestig jaar sterk zijn gestegen - zullen een grotere bijdrage moeten leveren. Een Pensioenpact kan niet anders dan ook een debat zijn over solidariteit en rechtvaardigheid, zowel voor de hoogte van pensioenen als voor de financiering.

We moeten ook de scheefgroei tussen de drie pensioenpijlers durven aan te pakken. Terecht stelt Perl dat privé-pensioensparen een gebrek aan solidariteit vertoont. Mensen met hogere inkomens hebben én een hoger wettelijk pensioen, én een groepsverzekering (tweede pijler), én geld om te sparen in de derde pensioenpijler, én een eigen woning (vierde pensioenpijler). Pensioensparen fiscaal aanmoedigen is een Mattheuseffect in het kwadraat. Diezelfde belastingmiddelen gebruiken om de eerste pijler te versterken, zou de zekerheid van iedere gepensioneerde ten goede komen. Het is dus hoog tijd om de fiscale stroom naar de sterkste inkomensgroepen te herbekijken. Vernieuwend zou zijn mochten we alleen een beperkte fiscale aftrek voorzien voor pensioenfondsen die ethisch beleggen. Dan stimuleert de fiscale aftrek op zijn minst een duurzame economie.

Moeten we het debat over de pensioenleeftijd aangaan? Ja en neen. De kloof tussen wettelijk en werkelijk pensioen is vandaag nog groot. De meeste mensen stoppen met werken voor hun zestigste. Dat verander je niet door de pensioenleeftijd op te trekken naar 67 of verder. De pensioenleeftijd verhogen is dan een vorm van inlevering waarbij mensen minder pensioen krijgen. Maar wordt het geen tijd om de ganse loopbaan te bekijken? In plaats van verder te bouwen op het halfslachtige generatiepact met een focus op het einde van de loopbaan hebben we nood aan een meer ontspannen spreiding van arbeid over de hele loopbaan. Ieder debat over langer werken is eenzijdig zolang mensen tussen de dertig en de vijftig kreunen onder de combinatiedruk van arbeid en gezin. Geef mensen meer tijdsrechten om arbeid te spreiden tijdens de loopbaan in functie van kinderen of opleiding, alvorens langer werken en hogere pensioenleeftijd als piste in het debat te openen.

We mogen tot slot het debat over de vergrijzing niet beperken tot de pensioenen, hoe belangrijk ook. Voor wie géén eigen woning heeft, vreten de sterk gestegen huurprijzen een steeds groter deel van het pensioen op. Om mensen op hun oude dag een waardig inkomen te garanderen, moeten we niet alleen het wettelijk pensioen versterken, maar ook de federale huurwet aanscherpen en voldoende woonzorginitiatieven uitbouwen. Om ouderen zorgzekerheid te kunnen bieden moeten we werk maken van een versterking van de zorgverzekering. En wat we nog niet hoorden in het communautaire opbod: moeten we die Vlaamse zorgverzekering niet uitbreiden tot het hele land?

Kortom: er is meer dan genoeg stof voor een pensioendebat als stap naar een Pensioenpact. Als de aanslepende regeringsonderhandelingen (eindelijk) bij het sociale luik aanbelanden, weten we misschien of en hoe oranje-blauw het vergrijzingsdebat wil aanpakken. De enige juiste invalshoek om welk debat dan ook aan te gaan is: de solidariteit versterken en bestaansonzekerheid tegengaan.

Wouter De Vriendt is kamerlid voor Groen!
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :