In 1999 heeft het toenmalige Arbitragehof de artikelen 127 en 128 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst (WLVO) ongrondwettig bevonden voor individuele levensverzekeringen. In juli 2011 heeft het Grondwettelijk Hof zich in een kort arrest uitgesproken over de toepassing van deze artikelen op groepsverzekeringen.
De artikelen 127-128 WLVO regelen het huwelijksvermogensrechtelijk statuut van een levensverzekering en luiden als volgt:
“Art. 127. De aanspraken, ontleend aan de verzekering die een in gemeenschap van goederen getrouwde echtgenoot ten behoeve van de andere of van zichzelf heeft bedongen, is een eigen goed van de begunstigde echtgenoot.
Art. 128. Aan het gemeenschappelijk vermogen is geen vergoeding verschuldigd behalve voor zover de premiebetalingen die ten laste van dat vermogen zijn gedaan, kennelijk de mogelijkheden ervan te boven gaan.”
Vervolg
Twitter mee over de pensioenhervormingen #bpension