maandag 10 oktober 2011

Eén werknemersstatuut niet eens zo moeilijk : opzegprobleem koppelen aan een ‘Oostenrijks rugzakjesmodel'

Het arbeidsrecht herschrijven en één werknemersstatuut invoeren, is niet zó moeilijk, leert een voorstel van een groep juristen.

Nog 21maanden resten de sociale partners om het arbeidsrecht te hertekenen en de discriminatie arbeiders-bedienden weg te werken. Het Grondwettelijk Hof gaf hen daarvoor in juli 24maanden de tijd. Na die 24maanden kunnen arbeiders ongeremd naar de arbeidsrechtbank trekken en onder meer gelijke opzegtermijnen eisen.

Afgelopen drie maanden is er echter niets gebeurd. De sociale partners –de ‘groep van tien'– zitten verstrikt in een tweede doolhof: de discussies over de evaluatie van het Generatiepact, de maatregelen van destijds die dienden om het langer werken ‘zacht' aan te moedigen.

Tot november liggen de gesprekken stil. Pieter Timmermans van de werkgevers (VBO) vreest zelfs dat er vóór de sociale verkiezingen van mei niets meer zal gebeuren aan het werknemersstatuut.


De sociale partners wachten ook op een signaal van ‘de regering-in-vorming', al zal die wellicht zeggen dat ze het initiatief aan de sociale partners laat...

Tegenspraak, een groep kritische juristen, geeft de partners een voorzet. Eenvoudig is het hervormingsproces niet. Maar het werkstuk –waarvoor professor Wilfried Rauws (VUB) de pen hanteerde– bewijst dat het al bij al ook niet zó moeilijk is het arbeidsrecht geheel te herschrijven en het onderscheid arbeiders-bedienden daarbij weg te werken. De NAOW –Nieuwe Arbeidsovereenkomstenwet– die ze in een boek goten (uitgeverij Die Keure) en vandaag voorstellen op een studiedag, zorgt ook meteen voor een drastische vereenvoudiging van het Belgisch arbeidsrecht. Dat is een lappendeken geworden waaruit werkgevers en werknemers zelf niet meer wegwijs raken. Ze verloren hun zelfredzaamheid en werden afhankelijk van dure consultants, advocaten en sociale secretariaten.

Het Tegenspraak-voorstel is véél eenvoudiger, hoewel het toch nog enkele typische beginselen van het Belgisch arbeidsrecht (zoals de ontslagvrijheid) behoudt, maar ook de Europese regelgeving integreert, net als de sociale grondrechten en de krachtlijnen van de grote cao's.

Het ‘opzegprobleem' wordt opgelost met een uniforme opzegtermijn van 1maand per jaar anciënniteit met een maximum van 18maanden voor de werkgever (9maanden voor de werknemer). Ze koppelen dit aan een ‘Oostenrijks rugzakjesmodel': de werkgever zet elk jaar een bedrag opzij dat de werkgever bij ontslag kan opnemen of kan meenemen naar zijn volgende werkgever. Gebruikt hij het nooit, dan wordt het omgezet in een aanvullend pensioen. Veranderen van werk moet minder problematisch worden, luidt het. De kostenspreiding maakt meteen de financiële problemen bij gelijkschakeling van arbeiders en bedienden draaglijk.

Het voorstel geeft ook een rechtsgrond aan concepten die tot nu moeilijk inpasbaar waren in het verouderde Belgisch arbeidsrecht: van oproepcontracten tot flexicurity en het recht op passend werk na een arbeidsongeval.

Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :