dinsdag 27 september 2011

Financiële situatie lokale besturen gaat snel achteruit

De nieuwe gemeentelijke beleidsperiode vanaf 2013 kondigt zich als zeer moeilijk aan. De financiële situatie van de lokale besturen in Vlaanderen gaat snel en drastisch achteruit. Verschillende elementen zoals de financiering van de pensioenen van de vastbenoemde personeelsleden, de daling van de energiedividenden, de onzekerheid in verband met de Gemeentelijke Holding, de verkorte leningstermijnen zijn daarbij belangrijk. De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten luidt de alarmbel.

Pensioenen

De federale regering in lopende zaken en het federale parlement beslissen de komende dagen over een herziening van de wet op de financiering van de pensioenen van de vastbenoemde ambtenaren. Deze aanpassing is noodzakelijk om het pensioenstelsel te redden van een deficit, maar de inspanningen worden helemaal ten laste gelegd van de lokale werkgevers. Voor de Vlaamse gemeenten, OCMW’s en politiezones zal deze operatie een meeruitgave betekenen van meer dan 70 miljoen euro per jaar. Dit is meer dan het bedrag waarmee het Gemeentefonds jaarlijks stijgt: dit wordt dus helemaal opgesoupeerd door de toenemende pensioenuitgaven.


De lokale besturen financieren de pensioenen van hun vastbenoemde ambtenaren al meer dan vijftig jaar voor 100 % zelf. Dit in tegenstelling met de andere overheden (federaal en gewesten) waarvan de pensioenen betaald worden uit de algemene overheidsmiddelen. Ook de sector van de privé-pensioenen krijgt een belangrijke dotatie uit de algemene begrotingsmiddelen om de pensioenuitgaven te financieren. De VVSG wil dat de federale overheid de meerkosten van de lokale pensioenen mee financiert door een stijging van de federale dotaties aan de politiezones, de aanpassing van de financiering van de ziekenhuizen voor de stijging van de pensioenlasten voor de statutairen in deze ziekenhuizen en door een dotatie uit de algemene begrotingsmiddelen naar het lokale pensioenstelsel.

Het nieuwe financieringsstelsel voor de lokale pensioenen is enkel haalbaar voor de lokale werkgevers als er ook aan de kant van de uitgaven van de pensioenen wordt ingegrepen. Mogelijke maatregelen zijn: stimuleren om langer te werken dan tot zestig jaar in de lokale besturen, de berekeningswijze van de pensioenen aanpassen, de meerekenbare periodes beperken, de perequatie vervangen door een indexering van het pensioen, … Ten slotte is het absoluut nodig om de huidige regeling waarbij contractuele medewerkers die tegen het einde van hun loopbaan vast benoemd worden en daarbij voor de hele carrière een statutair pensioen krijgen te wijzigen. Dit is immers financieel onhoudbaar. Het alternatief is een gemengd pensioen, nl. een privé-pensioen voor de contractueel gepresteerde jaren en een statutair pensioen voor de effectief als vastbenoemde gepresteerde jaren (waarvoor dan ook de bijdragevoet werd betaald door de werkgever).

Dividenden

Een tweede financiële aderlating voor de gemeenten is de aankondiging dat de dividenden vanuit de energiesector nogmaals zullen dalen. Er is sprake van een vermindering van de jaarlijkse stroom richting gemeenten met tientallen miljoenen euro. Het is onverantwoord dat de gemeenten, die geïnvesteerd hebben in de uitbouw van de energienetten, hiervoor geen billijke vergoeding meer zouden krijgen. Nochtans zullen de kosten om de distributienetten te onderhouden (met o.m. ook de investering in zogenaamde slimme meters) de komende jaren alleen maar toenemen.

Gemeentelijke Holding

Door de aanhoudende financiële crisis is er voor de komende jaren geen enkele hoop meer op een redelijk dividend uit de Gemeentelijke Holding. Voor de financiële crisis ging het voor alle Belgische aandeelhouders samen nog over ruim 100 miljoen euro per jaar. De gemeenten die in 2009 hebben meebetaald om de noodzakelijke kapitaalverhoging van de Gemeentelijke Holding te doen slagen, zouden hun investering wel eens kwijt kunnen zijn. Als het de komende tijd voor de Gemeentelijke Holding helemaal fout zou gaan, kijken de Vlaamse aandeelhouders mogelijk tegen een factuur van ca. 250 miljoen euro aan.

Verkorte leningduur

De bankencrisis maakt het voor kredietinstellingen steeds moeilijker om middelen aan te trekken op lange termijn. Tegelijk vragen de financiële toezichthouders een grotere overeenstemming tussen de looptijd van de zogenaamde funding van de bank en de looptijd van de verstrekte kredieten. De Basel III-normen die de komende jaren van kracht worden, zullen hier nauwgezet op toekijken.

Lokale besturen, die trouwens goed zijn voor de helft van de overheidsinvesteringen, lenen traditioneel op lange termijn (15-25 jaar). De komende tijd dreigen zij dergelijke kredieten ofwel niet meer te kunnen opnemen, of alleen nog tegen een fors hogere prijs. De verkorting van de gemiddelde leningduur heeft bij gelijke intrestvoeten en een zelfde kredietvraag gedurende vele jaren een zwaar budgettair effect: besturen moeten een groter deel van de begrotingsmiddelen besteden aan aflossingen en intresten dan voorheen.

Vervolg
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :