Het aantal ambtenarenpensioenen en de uitgaven ervoor stijgen tegen 2025 met de helft. Die pensioenen zijn hoger dan die van werknemers.
Het jaarverslag 2010 van de Pensioendienst voor de overheidssector (PDOS) bevat cijfers waaruit af te leiden is dat het beleid niet langer alleen in de werknemerspensioenen problemen moet zien. Het aantal gepensioneerde ambtenaren stijgt met bijna 3 procent per jaar. Dat betekent dat er tegen 2025 zowat de helft bijkomen. Ze zullen dan bijna met 660.000 zijn, nu met 440.000. In 1998 waren ze nog maar met 330.000.
De pensioenuitgaven stijgen evenredig en zullen in 2025 zeker zo'n 15 miljard bedragen in plaats van de 10 miljard van nu.
Die 10 miljard is al niet niks. De uitgaven voor de pensioenen van de (vastbenoemde) ambtenaren stegen de jongste jaren tot meer dan de helft van de 18 miljard uitgaven voor de werknemerspensioenen. Er zijn nochtans bijna vier maal meer gepensioneerde werknemers (1,6 miljoen) dan gepensioneerde ambtenaren (440.000).
Dat reflecteert meteen de hoogte van de pensioenen. Gemiddeld zijn ambtenarenpensioenen (2.200 euro bruto per maand) dubbel zo hoog als werknemerspensioenen (1.100 euro).
Alleenstaanden en gezinnen
Uit de cijfers van de twee grote pensioeninstellingen, RVP (werknemers en zelfstandigen) en PDOS is af te leiden dat de helft van de ambtenaren (41 à 61 procent) een pensioen heeft dat hoger is dan het absolute maximum in de werknemersregeling. Dat maximum voor werknemers bedraagt rond 2.000 euro voor een alleenstaande en 2.500 voor wie een gezin ten laste heeft.
Het ambtenarenstelsel kent geen onderscheid tussen alleenstaanden- en gezinspensioen. 61 procent van de ambtenaren heeft een pensioen dat hoger is dan het maximum voor een alleenstaande werknemer, en 41 procent één dat hoger is dan het maximum gezinspensioen voor werknemers.
Het maximumpensioen voor ambtenaren ligt rond 5.800 euro.
5.500 ambtenaren hebben een pensioen hoger dan 5.000 euro bruto. De Tijd berekende dat de beste pensioenen gaan naar leden van het Comité P (controle op de politie), generaals, magistraten en topambtenaren.
Die repliceren meestal dat in de privé-sector, zeker kaderleden vaak een aanvullend pensioen hebben dat ‘ook niet mis is'.
Een verrassende vaststelling is dat een kleine 1.000 werknemers (0,06 procent) van de RVP toch een pensioen krijgen dat hoger is dan het maximum-werknemerspensioen van 2.500 euro. Die komen uit groepen als de mijnwerkers, piloten, zeelui en beroepsjournalisten voor wie bij de RVP een aanvullend pensioen is geregeld; meestal betalen (betaalden) zij en hun werkgevers er extra bijdragen voor. Bij die 1.000 zijn er ook nog arbeiders die ooit heel veel verdiend hebben en die met pensioen gegaan zijn vóór het pensioenplafond werd ingevoerd. Die laatste groep bestaat nog enkel uit krasse 90'ers. Nieuw ! Pensiontalk Mobile (betaversie)