Zelfs met de gunstigst denkbare parameters oogt de toekomst van de overheidsfinanciën behoorlijk somber, stellen GERT PEERSMAN en STIJN VAN NIEUWERBURGH vast. Zij deden de oefening over met realistische schema's. De conclusies worden er niet bepaald vrolijker van.
Volgens sommige beleidsmakers, zoals ontslagnemend premier Yves Leterme, is het perfect mogelijk om onze overheidsfinanciën ‘sociaal' te saneren als we de huidige groei ook de komende vier jaar aanhouden. Anderen argumenteren dan weer dat de begroting tegen 2015 in evenwicht kan gebracht worden zonder te snoeien in de sociale zekerheid. De rekenkunde die hiervoor gebruikt wordt ontgaat ons.
Om de proef op de som te nemen hebben we een aantal scenario's voor de overheidsfinanciën op lange termijn gesimuleerd. Als uitgangspunt nemen we de vergrijzingkosten zoals voorspeld in het laatste jaarverslag van de Studiecommissie voor de Vergrijzing.
Jammer genoeg komen wij zelfs niet in de buurt van de uitspraken van onze beleidsmakers. In de simulaties delen we nochtans hun optimisme qua economische groei. We veronderstellen zelfs dat die ook na 2015 zal aanblijven. We gaan uit van een productiviteitsgroei die hoger ligt dan de twintig jaar voorafgaand aan de economische crisis, de activiteitsgraad laten we gestaag toenemen, terwijl de werkloosheidsgraad spontaan daalt naar een niveau dat we in de laatste drie decennia nooit gekend hebben. We corrigeren zelfs niet voor het feit dat een hogere werkgelegenheidsgraad en een oudere beroepsbevolking in principe gepaard gaan met een lagere productiviteitsgroei.
6,6 procent besparen
Vanwaar de discrepantie tussen uitspraken en geflatteerde projecties? Waarschijnlijk staart men zich blind op het uitzonderlijk gunstige effect dat de conjunctuur op de begroting van het afgelopen jaar heeft gehad. Een – hopelijk – soortgelijke economische groei zal ook tijdens de komende jaren een gunstig effect op de begroting hebben, maar uit de simulaties blijkt die nauwelijks voldoende te zijn om de verwachte stijgende vergrijzingkosten en normalisering van rentevoeten te dekken. Bij een blijvend constant uitgavenbeleid ontstaat er dan een rentesneeuwbal, waardoor het amper 20 jaar duurt om Griekse of Japanse niveaus te bereiken qua overheidsschuld.
Zonder ingrijpende structurele budgettaire maatregelen komen we er dus onmogelijk. Maar hoeveel moeten we dan saneren? En is dit realistisch zonder een sociaal bloedbad of ingrijpende maatregelen in de sociale zekerheid? Ook deze vraag hebben we in onze simulaties gesteld. Onze rekenkunde toont aan dat, om vanaf 2015 een begrotingsevenwicht te hebben, er een structurele besparing bovenop de conjunctuurbonus vereist is van 6,6 procent van het bbp, waarvan twee derde voor 2015.
Rekenkundig kan deze besparing misschien wel, gegeven dat de totale structurele overheidsuitgaven buiten de sociale zekerheid momenteel 21 procent van het bbp bedragen, maar in de praktijk is dit onhaalbaar. Wat betekent die 6,6 procent concreet? Dit correspondeert bijvoorbeeld met het gros van alle huidige uitgaven door de federale overheid of het gros van alle regionale uitgaven, en is meer dan alle uitgaven door lokale besturen of voor onderwijs. We hebben dus een gigantisch probleem, en dit ondanks alle uiterst optimistische uitgangspunten. We moeten toch een minimum aan overheidsdiensten overhouden.
Alle risico's zijn dan nog on the downside. Zo zou de groei vroeger kunnen vertragen of de productiviteit en werkgelegenheid structureel niet kunnen verbeteren. Zo zouden de kosten van de vergrijzing hoger kunnen liggen, bijvoorbeeld omdat de relatieve prijs van gezondheidszorg zal stijgen. Zo zou de rente in Europa alsook de risicopremie die België betaalt op de staatsschuld vanwege de politieke onzekerheid onverwacht kunnen stijgen. Ten slotte zou een schuldencrisis in de PIGS-landen nieuwe overheidsinterventies teweeg kunnen brengen en de sanering in België in de war sturen.
Maar hoe?
Het is hoog tijd dat de politici die beweren dat ons probleem onder controle is eens uit hun ivoren toren komen en luisteren naar de academici en andere technocraten om te vernemen dat hun huidig plan A in de praktijk onhaalbaar is.
Om de Belgische overheidsfinanciën te saneren zijn ambitieuze structurele hervormingen in de arbeidsmarkt en sociale zekerheid nodig. Het meest voor de hand liggende is: de relatieve prijs van gezondheidszorg niet laten stijgen. Maar de vergrijzingskosten moeten ook afgeremd worden door de werkgelegenheidsgraad op te trekken, meer dan beoogd door de Studiecommissie voor de Vergrijzing. De Belgische achilleshiel is de werkgelegenheidsgraad bij de 55-64-jarigen, die de laagste is in West-Europa. We stellen een doelstelling voorop van 70 procent, het niveau dat Zweden vandaag haalt en het dubbele van België in 2009. We moeten ook de officiële pensioenleeftijd optrekken tot 67 en nadien aan de levensverwachting koppelen. We moeten de werkgelegenheidsgraad bij de rest van de beroepsbevolking optrekken. Dit kan door de kloof tussen werkloosheidsuitkering en nettoloon voor laagverdieners te vergroten, door zowel de werkloosheidsuitkeringen in duurtijd te beperken en de belastingen te verlagen op de laagste inkomens. Dit kan ook door de fiscaliteit te verschuiven van arbeids- naar consumptie- en energiebelastingen. Ten slotte kan een wijziging van ons huidig loonindexeringsysteem aanzienlijk bijdragen tot een verhoging van de werkgelegenheidsgraad.
Door dergelijke maatregelen kunnen de 6,6 procent besparingen gedeeltelijk via het arbeidsmarkt- en het sociale zekerheidsbeleid worden opgevangen, steeds in combinatie met realistische saneringen in alle andere kosten en op alle niveaus van de overheid. Nu er klaarheid is in de rekenkunde hebben we enkel nog politici nodig die ons met visie en leiderschap door het Stabiliteitsplan kunnen loodsen.
Beide auteurs lichten de Belgische economie door in het kader van een presentatie ‘Economic Policy Challenges for Belgium', die ze met de Nobelprijswinnaars Edward Prescott (2004), Dale Mortensen en Christopher Pissarides (2010) op 6 juli in Brussel geven voor de Society for Economic Dynamics en BNP Paribas Fortis.
Nieuw ! Pensiontalk Mobile (betaversie)