dinsdag 23 november 2010

Werknemers leverden in, ambtenaren niet - Tot nu steeg alleen gewicht van ambtenarenpensioenen

De relatieve uitgaven (in vergelijking met het bbp) voor de ambtenarenpensioenen zijn sinds 1980 met meer dan de helft gestegen, sinds 1970 zelfs verdubbeld. Die voor werknemers en zelfstandigen zijn in die tijd niet gestegen. De stijging bij de werknemers komt nu pas op gang.

Er wordt al een tijd geroepen over de stijgende uitgaven voor ‘de wettelijke pensioenen'. Niet geheel terecht. In euro's uiteraard wel. Maar niet in aandeel in de totale welvaart (bbp). De hele waarheid daarover is nooit duidelijk verteld.

De afgelopen dertig jaar, tussen 1980 en enkele jaren geleden, zijn de uitgaven voor de pensioenen niet gestegen maar stabiel gebleven op ongeveer 9 procent van het bbp. Alleen de laatste jaren is hun gewicht gestegen tot 10 procent, maar niet door de pensioenen zelf, maar door de crisis en de daling van het bbp.

Ook is nooit beklemtoond dat tot voor enkele jaren, alleen de uitgaven voor de ambtenarenpensioenen in gewicht stegen; hun gewicht in de economie is met meer de helft toegenomen sinds 1980: hun aandeel in het bbp, de totale welvaart die we produceren, steeg van 2 procent in 1980 tot meer dan 3 procent in 2005 en bijna 3,5 procent in 2010. In veertig jaar tijd (1970-2010) is hun gewicht zelfs meer dan verdubbeld (van 1,5 naar 3,5 procent bbp). Dat blijkt uit berekeningen van Edwin De Boeck, chief economist van de KBC-groep, op basis van officiële INR-cijfers.

Het gewicht van de werknemers- en zelfstandigenpensioenen, dáálde zelfs in die periode. In 1980 vertegenwoordigden de uitgaven voor werknemerspensioenen 6 procent van het bbp, vandaag nog maar net 5 procent. De zelfstandigenpensioenen vertegenwoordigden in 1980 ongeveer 1 procent van het bbp, vandaag iets minder.

Niet welvaartsvast

De werknemerspensioenen stegen wel sterk tussen 1970 en pakweg 1980: van minder dan 4 procent van het bbp tot bijna 6 procent. Die stijging werd stilgelegd rond 1980. Door drie ingrepen.

De werknemerspensioenen werden niet meer geregeld aangepast aan de evolutie van de lonen. Ze waren ‘niet welvaartsvast'. (Die van de ambtenaren wel: als de werkenden opslag krijgen, krijgen de gepensioneerden die ook.)

Ten tweede werd in de jaren tachtig het berekeningsplafond ingevoerd. De werknemer die meer dan een bepaald grensbedrag verdient, moet wel bijdragen betalen op het gehele loon, maar wat boven dat plafond uitsteeg, wordt niet verrekend in zijn pensioenuitkering. Aanvankelijk heette dat de ‘aftopping van de hoogste pensioenen'. Maar intussen verdienen de helft van de werknemers meer dan dit plafond; de waarheid is dat hun pensioenuitkeringen dus flink verlaagd zijn.

De derde ingreep was de gelijkschakeling, tussen 1995 en 2009, van de pensioenleeftijd van vrouwen (60 destijds) met die van mannen (65). Dat remde 15 jaar lang de stijging van het aantal gepensioneerden af.

Wat brengt de toekomst?

De Boeck verwacht dat de uitgaven voor zelfstandigen geen groter deel van het bbp gaan opeisen de komende 50 jaar (2010-2060).

De uitgaven voor de pensioenen van de werknemers wel. Door de vergrijzing en de ‘opaboom' zullen ze stijgen van 5 tot 8 procent van het bbp tegen 2060.

Vastbenoemden

En de pensioenen van de ambtenaren? Volgens De Boeck gaat de stijging van het verleden daar verder, maar wat afgezwakt. In 2060 zullen ze ongeveer 5 procent van de welvaart opslokken.

Waarom zwakt de stijging af? Niet omdat er plannen bestaan om in die ambtenarenpensioenen te knippen. Maar wel omdat almaar minder personeel van overheden van het echte ambtenarenpensioen zullen genieten.

Omdat aan het ambtenarenpensioen niet te tornen was – de vakbonden pikten dat niet en de politieke partijen durfden geen zware ingrepen aan – werven de overheden steeds minder vastbenoemden die het echte ambtenarenpensioen krijgen. In de plaats komen ‘contractuele personeelsleden' die een werknemersstatuut hebben zoals in de privésector. Al meer dan de helft van het overheidspersoneel heeft geen ambtenarenstatuut meer. Hoewel ze hetzelfde werk doen, krijgen zij een lager werknemerspensioen.
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :