Waarom doen ze dat? Het debat over de toekomst van de pensioenen wordt volop gevoerd. De uitdaging van de vergrijzing laat zich voelen. Vooral de stemmen die het pensioen aanvallen weerklinken luid. De Belgische staat zou tussen de 22 en de 25 miljard moeten saneren. De sociale zekerheid, en dus ook de pensioenen, komt in het besparingsvizier.
Daar komt nog bij dat, ondanks de gestegen werkloosheid, men vreest dat er terug krapte op de arbeidsmarkt zal komen. Verhoging van de pensioenleeftijd lijkt voor sommigen daarbij de oplossing.
De werknemersbewegingen proberen het pensioenstelsel te versterken, tegen de stroom in. Belangrijk element daarbij is de welvaartsvastheid van de uitkeringen. De sociale uitkeringen volgen namelijk niet automatisch de stijging van de welvaart. Om de twee jaar krijgen de sociale partners een budget ter beschikking dat dient om de uitkeringen aan de welvaart te koppelen. Vakbonden en werkgevers organisaties onderhandelen nu over de verdeling van deze middelen. Maar dat debat loopt moeizaam. De liberalen en de werkgevers hameren er op dat de welvaartsvastheid onbetaalbaar zou zijn. Nochtans is de discussie over de welvaartsvastheid erg belangrijk.
Onze pensioenen zijn immers te laag. Zeker de laagste pensioenen halen de drempel van het armoedepeil niet eens. Mensen met het kleinste pensioen riskeren daardoor in de armoede terecht te komen. Daarom manifesteren we volgende week in Brussel. We willen aan de Europese Unie en aan de nieuwe regering duidelijk maken: raak niet aan ons pensioen. Het is nonsens om het debat te starten over de verlenging van de pensioenleeftijd als je tegelijkertijd kampt met een lage tewerkstellingsgraad van ouderen. Dus moet er eerst voor gezorgd worden dat mensen langer kunnen werken, en dat oudere werknemers niet nodeloos gedumpt worden.
De minima van de pensioenen moeten opgetrokken worden. En de oudste pensioenen moeten nog meer verhogen. Zij verdienen een inhaalbeweging, want bleven zo lang verstoken van verhogingen. Verder manifesteren we voor het behoud van de pensioenleeftijd op 65 jaar.
Zijn dit realistische vragen als we tegelijkertijd zoveel moeten saneren? Zeker wel, want de nieuwe regering kanook aan de inkomstenkant voor extra middelen zorgen. Door een belasting op vermogens in te voeren, door een taks op financiële transacties te heffen, door de fi scale fraude in te dijken. Maar we zijn realistisch.
Ook aan de uitgavenkant zal moeten ingegrepen moeten worden. Maar daarbij moeten de vervangingsinkomens ontzien worden. Vanuit menselijk oogpunt, maar ook vanuit economisch standpunt. De vervangingsinkomens gaan vooral naar consumptie. En wanneer mensen denken dat hun oude dag in gevaar komt, sparen ze nog meer. Dat gedrag belemmert de groei. En laat net die groei zo broodnodig zijn om de vergrijzing te kunnen financieren. Daarom manifesteren de vakbonden volgende woensdag: voor een recht op waardigheid voor de gepensioneerden.
Ann Van Laer
Nationaal secretaris ACV