Een groep oudere leraars verliest een jaar pensioen omdat ze bereid waren te werken na hun 65.
Het zal je maar overkomen. Je bent 65, je vraagt je pensioen aan, maar je school vraagt of je toch niet een paar maanden wil blijven lesgeven, want er is geen vervanger te vinden. Je mobilhome stond al klaar om de wereld te gaan rondzwerven, maar je keert dan toch maar terug naar de klas.
Eerst is het maar voor een paar maanden. Uiteindelijk wordt het bijna een heel schooljaar want die vervanger daagt maar niet op. En nadat je dan toch gestopt bent, verneem je plots dat je voor de rest van het jaar géén pensioen krijgt. Want je ‘hebt te veel bijverdiend'.
Een werknemer of een zelfstandige zou in identieke omstandigheden niet hetzelfde ondergaan. Dit is een gevolg van een bepaling in de pensioenregels voor het overheidspersoneel. Daar geldt dat, eens je je pensioen hebt aangevraagd, je behandeld wordt alsof je op pensioen bent, ook al neem je je pensioen niet op en wordt er ook niets uitbetaald. Als je blijft werken, wordt dit hoe dan ook beschouwd als ‘bijverdienen bij je pensioen', ook al krijg je geen pensioen. En je mag als gepensioneerd ambtenaar maar een bepaald bedrag bijverdienen in een jaar; ga je daar boven – en dat is het geval als je een flink deel van het jaar les geeft – verlies je alle pensioenrechten voor dat jaar.
Vorig jaar stonden 101 leraars ouder dan 65 voor de klas, nadat de vorige Vlaamse minister van Onderwijs, Frank Vandenbroucke (SP.A), dat had mogelijk gemaakt; voordien mocht het niet. Hoeveel daarvan slachtoffer zijn van deze regel, is niet bekend. Velen deden het maar deeltijds en voor korte periodes. Zij ontsnappen als ze onder de inkomensgrens vallen.
Sommigen kenden de regel, en stopten op tijd. Wie wel slachtoffer is, voelt zich belazerd. ‘Wie vroegtijdig stopt, op 58, wordt met meer égards behandeld', luiden de commentaren.
De ombudsman voor de Pensioenen, Tony Van Der Steen, heeft dit probleem al aangekaart, en een simpele oplossing gesuggereerd, maar er is niets van gekomen.