- Kwart zelfstandigen gaat vroeger dan 65 op pensioen maar wordt daarvoor fors beboet
- UNIZO wil gelijkwaardige behandeling van alle “jonge” gepensioneerde werknemers én zelfstandigen
Op 1 augustus verhoogt de pensioenuitkering voor de zelfstandigen. Een laatste verhoging in het kader van het door de vorige regering goedgekeurde stappenplan naar een gelijkwaardige sociale zekerheid voor zelfstandigen vergeleken met die van de werknemers. Vanaf 1 augustus 2010 bedraagt het gewaarborgde minimumpensioen voor zelfstandigen: 14.801,24 € per jaar (1.233,44 € per maand) voor een gezinspensioen en 11.347,46 € per jaar (945,62 € per maand) voor een pensioen als alleenstaande of een overlevingspensioen. Voor een gezinspensioen is er nog een verschil met de loontrekkenden van 1,7%, de kloof voor een alleenstaande is evenwel nog 5,90%, voor een overlevingspensioen nog 4,39%.
UNIZO en het met de organisatie gelieerd sociaal verzekeringsfonds Zenito zetten nog een aantal andere opmerkelijke verschillen op een rij in het ook voor de regeringsvorming belangrijk pensioendossier tussen zelfstandigen en loontrekkenden. Zo blijken zelfstandigen langer te werken dan loontrekkenden. Zelfstandigen die besluiten vroeger dan op 65 jaar met pensioen te gaan, worden daarvoor nog altijd fors beboet, in tegenstelling tot de loontrekkenden om van de brugpensioenregeling nog maar te zwijgen, beklemtoont UNIZO. De ondernemersorganisatie wil in het komende regeerakkoord verdere stappen om het minimum pensioen van de zelfstandigen gelijkgeschakeld te zien met dat van de werknemers in het kader van een volledige gelijkwaardige sociale bescherming. UNIZO ziet de manier waarop zelfstandigen met pensioen gaan als een te volgen voorbeeld voor de werknemers. Tegelijk blijft het voor de organisatie onaanvaardbaar een zelfstandige die met 60 jaar op pensioen gaat, tot een kwart van de al lage pensioenuitkering te schrappen terwijl dat voor loontrekkenden niet het geval is. Die straf is levenslang want zelfs na hun 65ste wordt de verminderde pensioenuitkering aangehouden. “Een levende schande”, besluit UNIZO. “Een door de volgende regering dringend af te schaffen discriminatie!”.
Eind 2008 (begin 2009) waren er 490.524 mensen met een zelfstandigenpensioen (rust- of overlevingspensioen) op 926.140 aangesloten zelfstandigen (waarvan 747.910 bijdrage betalend). Dat is minder dan eind 2004 (491.536). Deze daling heeft uiteraard te maken met de verhoging van de pensioenleeftijd voor vrouwen. Die werd in 3-jaarlijkse stappen tussen juli 1997 en januari 2009 telkens met een jaar verhoogd, om uiteindelijk 65 jaar te bereiken. De komende jaren zal het aantal gepensioneerden wel stijgen als gevolg van de vergrijzing, benadrukken de studiediensten van UNIZO en Zenito.
Er is één gepensioneerde zelfstandige per 1,9 actieve zelfstandigen, of één gepensioneerde zelfstandige per 1,5 bijdragebetalende zelfstandigen. Van de 490.524 pensioengerechtigden zijn er slechts 113.233 (23%) met een pensioen op basis van een zuivere loopbaan als zelfstandige. De grootste groep, 337.997 (69%), heeft een gemengde loopbaan van zelfstandige/werknemer.
Wanneer stoppen zelfstandigen (gemiddeld) met werken?
Zelfstandigen werken langer dan werknemers of ambtenaren. Uit berekeningen van het Steunpunt Werkgelegenheid en Sociale Economie van de K.U.Leuven (Arbeidsmarktflits dd. 28/09/09) blijkt op basis van gegevens van het Datawarehouse Arbeidsmarkt en Sociale Bescherming dat de gemiddelde uittredeleeftijd als volgt bepaald wordt. Voor de jaren 2001, 2005 en 2006 gaat het om een exacte berekening, voor 2007 wordt een schatting gegeven:
Gemiddelde uittrede/jaartal 2001 2005 2006 Raming 2007
Zelfstandigen 61,2 61,0 61,0 61,2
Werknemers 57,7 58,3 58,4 58,7
Ambtenaren 59,1 59,1 59,4 59,4
Uit de studie blijkt voorts ook dat de gemiddelde uittredeleeftijd volgens gewest quasi niet verschilt. Het verschil zit hem vooral tussen de beroepsstatuten.
Vervroegd pensioen bij zelfstandigen
Uit onderstaande cijfers blijkt 24,41% van de gepensioneerde zelfstandigen vervroegd met pensioen te zijn gegaan, het grootste deel op 60 jaar. Dat pensioen wordt dan meestal wel verminderd per jaar vroeger met pensioen. Vroeger was dat 5% per jaar vervroeging. Sinds enkele jaren is “de straf” wat gemilderd. Nog altijd tot een kwart vermindering op 60 jaar, maar met een progressieve afbouw van dat strafpercentage naarmate de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar dichter komt. Na een loopbaan van 42 jaar wordt de vermindering niet meer toegepast. De meeste nu al “jong” gepensioneerde zelfstandigen werd evenwel getroffen door de strenge boete. Het gaat trouwens om een levenslange straf voor het vervroegd pensioen. Ook na de leeftijd van 65 jaar blijft de lagere uitkering voortduren. UNIZO noemt dat een “levende schande en dringend weg te werken onrecht”.
Vervroegd pensioen zelfstandigen
Aantallen GEM
Vervroeging met vermindering 104.858 87,59%
1 jaar vervroeging 11.889 9,93%
2 jaar vervroeging 13.043 10,89%
3 jaar vervroeging 12.913 10,79%
4 jaar vervroeging 14.599 12,19%
5 jaar vervroeging 52.414 43,78%
Vervroeging zonder vermindering 9.852 8,23%
Statuut nationale erkentelijkheid 5.006 4,18%
TOTAAL 119.716
Aandeel in totaal gepensioneerden 24,41%
Wie als zelfstandige nog verder blijft doorwerken na 1 januari van het jaar waarin hij 62 jaar wordt, krijgt nu ook wel per extra gewerkt kwartaal een pensioenbonus toegekend. Dit is evenwel een tijdelijke maatregel. In 2012 wordt die geëvalueerd en kan vanaf 2013 wegvallen. Ook hier wil UNIZO een gelijklopend besluit met dat voor de werknemers.
Hieronder een simulatie. De studiediensten van UNIZO en Zenito gaan daarbij uit van een zelfstandige met een zuivere loopbaan als zelfstandige gestart in het eerste kwartaal van het jaar waarin hij 20 werd, ononderbroken actief gebleven en altijd de sociale bijdragen betaald. Bij pensionering op 60 jaar gaat het bijgevolg over 40 geldige loopbaanjaren, op 61 jaar 41 enz… De berekening is gemaakt voor het gezinspensioen en voor het pensioen als alleenstaande, telkens op basis van de vanaf 1 augustus 2010 geldende bedragen. De twee rechtse kolommen geven het bedrag van de pensioenbonus en het totaal inclusief bonus. Die bonus valt evenwel mogelijk weg vanaf 2013. De weergegeven bedragen zijn brutobedragen.
Simulatie bedragen vervroegd pensioen (minimumpensioen per 01/08/10)
Gezinspensioen leeftijd jaren vermindering bedrag pensioen-bonus Totaal
60 40 25% 822,29 0,00 822,29
61 41 18% 921,52 0,00 921,52
62 42 0% 1.151,21 55,17 1.206,38
63 43 0% 1.178,62 110,33 1.288,95
64 44 0% 1.206,03 165,50 1.371,53
65 45 0% 1.233,44 165,50 1.398,94
Alleenstaanden-pensioen leeftijd jaren vermindering bedrag pensioen-bonus Totaal
60 40 25% 630,41 0,00 630,41
61 41 18% 706,48 0,00 706,48
62 42 0% 882,58 55,17 937,75
63 43 0% 903,59 110,33 1.013,93
64 44 0% 924,61 165,50 1.090,11
65 45 0% 945,62 165,50 1.111,12
Gemiddeld brutopensioen per maand
(Rust- en overlevingspensioen voor een gemiddelde loopbaan (per 1 januari 2009))
• Werknemers: € 1.016,00
• Zelfstandigen: € 726,00
• Ambtenaren: € 2.237,27
Minimum brutopensioen per maand
(Rustpensioen voor een volledige loopbaan, voltijdse betrekking (per 1 juli 2009))
• Werknemers: € 1.004,87 (alleenstaande) en € 1.255,69 (gezin)
• Zelfstandigen: € 920,62 (alleenstaande) en € 1.213,44 (gezin)
• Ambtenaren: € 1.188,84 (alleenstaande) en € 1.486,02 (gezin)
Maximum brutopensioen per maand
(Rustpensioen voor een volledige loopbaan, voltijdse betrekking (per 1 juli 2009))
• Werknemers: € 1.805,21 (alleenstaande) en € 2.256,51 (gezin)
• Zelfstandigen: € 1.012,67 (alleenstaande) en € 1.265,84 (gezin)
• Ambtenaren: € 5.805,26
(Bron: “Als de ijsschots smelt”, De Standaard, 17 september 2009)
Blijven werken na pensioenleeftijd
Uit de statistieken van het RSVZ (situatie 31/12/09) blijken 66.741 zelfstandigen nog actief te zijn na hun pensioenleeftijd. Dat zijn zelfstandigen voortwerkend in het kader van de toegelaten activiteit voor gepensioneerden, maar evengoed zelfstandigen die hun pensioen nog niet opgenomen hebben en gewoon verder werken. 22% van de zelfstandige gepensioneerden oefent een toegelaten activiteit uit tegenover slechts 2% van de gepensioneerde werknemers.