Doorgaan naar hoofdcontent

Nederland : kosten en risico’s hebben grote impact op pensioen bij premieovereenkomsten

De pensioenopbouw bij beschikbare premieovereenkomsten (op basis van beleggingen) verschilt sterk per regeling, afhankelijk van de verschillen in de kosten, premies en bonussen. Daarbij zijn de risico’s van pensioenpremieovereenkomsten fors. Dit blijkt uit het rapport ‘Doorrekening van beschikbare premieovereenkomsten’ van de AFM. Goed advies en goede informatie zijn daarom cruciaal bij de aanschaf van deze pensioenproducten. Uit eerder onderzoek blijkt echter dat de advisering over deze pensioenproducten ver onder de maat is. Voor adviseurs en verzekeraars is hier een belangrijke taak weggelegd.

De AFM heeft van 170 scenario´s de pensioenopbouw doorgerekend. Hieruit blijkt dat de pensioenopbouw sterk afhankelijk is van de inleg, kosten, premies en bonussen. Er blijft tussen de 53 cent en 90 cent per euro betaalde inleg over om te beleggen. Wanneer geen 90 cent, maar 53 cent per euro wordt belegd, leidt dit tot gemiddeld 41% lager ouderdomspensioen. Indien de kosten worden gemaximeerd op de onlangs gepubliceerde toetsnorm van het Verbond van Verzekeraars, dan leidt dit tot een 21% lager ouderdomspensioen dan wanneer 90 cent per euro belegd wordt.

De inleg (staffel) bij premieovereenkomsten is gebonden aan een fiscaal maximum. Uit een steekproef blijkt dat de fiscale ruimte in slechts 15% van de overeenkomsten maximaal wordt benut. Bij 10% van de overeenkomsten wordt een zogenoemde vlakke staffel gehanteerd. Het verschil in ouderdomspensioen tussen de maximale staffel en een vlakke staffel kan oplopen tot meer dan 60%.

Afgelopen jaar heeft de AFM meerdere rapporten gepubliceerd over premieovereenkomsten. Het totaalbeeld dat is ontstaan uit deze onderzoeken biedt reden tot zorg. Beschikbare premieovereenkomsten kennen veelal aanzienlijke risico´s. De informatie over kosten is onduidelijk en de kwaliteit van het advies aan de werkgever is ver onder de maat. Hierdoor hebben deelnemers aan premieovereenkomsten onvoldoende inzicht in hun toekomstig pensioen en vaak te hoge verwachtingen.

De afgelopen jaren hebben aanbieders en sociale partners verbeteringen voorgesteld in zowel de vorm als de inhoud van de informatievoorziening over producten. Het is van groot belang dat deze verbeteringen nu ook daadwerkelijk worden doorgevoerd. Werkgevers en werknemers moeten zich goed laten informeren zodat ze goed inzicht hebben in de risico’s en reële verwachtingen hebben over hun pensioen. Dit soort regelingen wordt voornamelijk aangeboden door verzekeraars en in zeer beperkte mate door pensioenfondsen. Voor adviseurs heeft de AFM afgelopen jaar een leidraad ‘Tweedepijler Pensioenadvisering’gepubliceerd.

De AFM bevordert eerlijke en transparante financiële markten. Wij zijn de onafhankelijke gedragstoezichthouder op de markten van sparen, lenen, beleggen en verzekeren. De AFM bevordert zorgvuldige financiële dienstverlening aan consumenten en ziet toe op een eerlijke en efficiënte werking van kapitaalmarkten. Ons streven is het vertrouwen van consumenten en bedrijven in de financiële markten te versterken, ook internationaal. Op deze manier draagt de AFM bij aan de welvaart en de economische reputatie van Nederland.

Nederland : kosten en risico’s hebben grote impact op pensioen bij premieovereenkomsten

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Gemiddelde pensioenleeftijd blijft steken op 63 jaar

De werkelijke gemiddelde pensioenleeftijd van de Belgen blijft liggen op 63 jaar en bijna 4 maanden, ondanks de ambities van de overheid om de Belg langer te laten werken. Dat stelt het hr-dienstenbedrijf Acerta op basis van gegevens van 260.000 werknemers. 'De cijfers tonen aan dat de Belg met vervroegd pensioen blijft gaa n zodra het kan. Om de reële pensioenleeftijd op te trekken kunnen bedrijven nog meer inzetten op landingsbanen en werkbaar en wendbaar werk', klinkt het. Vervolg