'Ik provoceer niet. Ik doe niet mee aan ideologische oorlogen of emotionele symboliek. In het sociaal overleg is er nood aan meer rationaliteit. Aan pragmatisme. En aan facts and figures, om de zaken scherp te zetten. Als ik hervormingen in het tijdskrediet voorstel, of de loonkostenhandicap aanklaag, is dat op basis van cijfers. Zwart op wit.'
Aan het woord is Pieter Timmermans, de bestuurder-directeur-generaal van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO). Timmermans zal in het najaar een prominente rol spelen in de tweejaarlijkse onderhandelingen met de nationale vakbondsleiders. Hij weerlegt de kritiek vanuit de vakbonden dat hij het overleg onmogelijk zou maken met radicale werkgeversstandpunten.
'Als ik ervoor pleit om niet automatisch alle productiviteitswinsten in loonsverhogingen om te zetten, bestemd voor wie al werk heeft, maar om er meer banen mee te maken, bestemd voor wie geen werk heeft, is dat dan asociaal?'
Het VBO publiceert deze week, voor de zesde keer al, zijn zesmaandelijkse Statistisch Zakboekje, vol weetjes over de sociaal-economische realiteit. Timmermans geeft tekst en uitleg bij de cijfers.
We leven langer, maar werken korter dan twee of drie generaties geleden. Dat kan niet blijven duren, waarschuwt Pieter Timmermans. Maar een big bang in het pensioendossier wijst hij af.
‘Het debat over de pensioenleeftijd verloopt vaak heel emotioneel, maar ik wil de cijfers laten spreken: in 1960 werkten de Belgen gemiddeld van 18 tot 64jaar. Nu is dat van 22 tot 59jaar. En tegelijkertijd is de levensverwachting van 71 naar 81jaar gegaan.'
‘Bovendien wordt ruim een derde van de pensioenrechten (34% bij de mannen en 41% bij de vrouwen) opgebouwd op basis van niet-gewerkte dagen, dankzij gelijkstellingen als werkloosheid, ziekte of brugpensioen. Vandaar mijn ergernis over het grote aantal 50-plussers die vanuit halftijds tijdskrediet vervroegd met pensioen gaan. De helft van alle werknemers in tijdskrediet is ouder dan 50jaar, maar slechts 4,6% is ouder dan 60jaar. Ik wil het tijdskrediet niet opblazen, maar wel de automatische overgang naar vervroegd pensioen.'
‘Het optrekken van de “gewone” pensioenleeftijd is niet voor morgen, maar het is wel een dossier waarover we tijdig moeten nadenken, en beslissen. Bijna alle grote Europese landen hebben dat al gedaan. Zij durven nú beslissen om werknemers in 2025 of 2030 pas op hun 67ste met pensioen te laten gaan.'
‘Waarom kunnen we in de loononderhandelingen van het najaar niet inzetten op de aangroei van premies voor de tweede pensioenpijler, als alternatieve vorm van (uitgestelde) koopkrachtverhoging?'
Statistisch Zakboekje 2010: duurzaam loonbeleid, structurele indicatoren, lonen, werk, werkloosheid, arbeid...